dinsdag 3 november 2015

Asterix en de namen.




De ingrediënten van de avonturen van Asterix zijn vrij eenvoudig: een betrouwbaar beeld van de Romeinse oudheid, rond 50 v. Chr., op een speelse en humoristische manier presenteren. Zowel jong als oud kunnen deze humor waarderen.
Omdat ieder album op zichzelf staat is het eenvoudig om als nieuwe lezer in de reeks te komen. Je mist geen essentiële verhaallijnen als je niet bij het eerste nummer begint.
Dit artikel geeft u een diepere kijk in de wereld van Asterix zodat u de albums met een andere bril kan bekijken en wie weet met meer plezier.

Geschiedenis van Asterix.


Het eerste verhaa, Astérix le Gaulois (1959), verscheen in afleveringen in Pilote. Pilote werd in 1959 door Uderzo, Goscinny en de Belgische stripkunstenaar Jean-Michel Charlier opgericht. 
In 1961 verscheen het gelijknamige album van Asterix met een oplage van 6000, allemaal uitverkocht.
Een jaar later verscheen het tweede album en had een verkoop van 20 000 albums. De verkoopcijfers bleven stijgen. Van het negende album werden er op twee dagen tijd zo'n ,2 miljoen albums verkocht. 

Pilote domineerde lange tijd de markt in Frankrijk, vooral met het succes van Asterix. Dit striptijdschrift introduceerde veel van de grote namen uitde Franse en Belgische stripgeschiedenis zoals Jijé, Morris, Tardi, Giraud, Enki Bilal en ook internationale namen als Hugo Pratt en Robert Crumb. Het laatste reguliere nummer verscheen in 1989. Af en toe verschijnen er nog speciale nummers van Pilote. 

In de gouden jaren van Asterix maakte Goscinny de scenario’s en Uderzo de tekeningen. Na het overlijden van Goscinny (1977) ging Uderzo alleen verder. Asterix is één van de populairste strips in de wereld en is vertaald in meer dan 100 talen. In 2013 verscheen het eerste album dat door een ander team gemaakt is: Atserix bij de Picten. Het scenario is van Jean Yves-Ferri en de tekeningen door Didier Conrad.


Het verhaal en de hoofdpersonages.

"Zo'n 2000 jaar geleden van heel Gallië bezet door soldaten van de Romeinse veldheer Julius Caesar. Héél Gallië? Nee, een klein dorp bleef dapper weerstand bieden aan de overheerser en maakte het leven van de Romeinen in de omringende legerplaatsen bepaald niet gemakkelijk..."
Obelix
Asterix is de held van het verhaal en samen met zijn beste vriend Obelix (en vanaf album 5 ook Idefix) maken ze, voor verschillende doeleinden, reizen door het Romeinse Rijk.

dat al de namen van de Galliërs eindigen op -ix heeft een historische reden: de Gallische leider Vercingetorix, die tegen Caesar streed.
De naam Asterix komt van astérisque (asterisk): * of sterretje. Dit kan duiden op de rol van Asterix: de ster van de reeks.
Het teken werd gebruikt achter een woord om op een voetnoot te duiden. Asterix is dus een voetnoot in de algemene wereldgeschiedenis.
Obelix komt dan weer van de lange smalle Egyptische kolommen obelisken. Of van het leesteken obelus (obèle in het Frans). 
Dit is een kruisvormig teken en is eveneens te gebruiken als voetnootteken als er al een asterisk op de pagina staat. 
Een obelisk komt dus na een asterisk, net zoals Obelix na Asterix komt. Samen vormen zij ster en kruis

Andere namen die in alle albums voorkomen zijn:
  • Het stamhoofd Abraracourcix: De Franse naam komt van ‘(se frapper) à bras raccourcis’, wat zo veel betekend als vechten met verkorte armen. Wat een Frans spreekwoord voor ‘uit alle macht’. In de nieuwe vertaling (2002) heet hij Heroïx. In het Duits heet hij Majestix en in het Engels Vitalstatistix
  • De bard Assurancetourix: komt van ‘assurance tous risques’: een allriskverzekering. Sinds 2002 heet hij in het Nederlands Kakofonix, wat komt van kakofonie.
  • De druïde Panoramix is de oudste en wijste van het dorp. Zijn naam komt van: Panorama (Grieks: παν (pan) = alles, ὁραμα (horama) = schouwspel). Zijn naam kunnen we dus bekijken als breed kijken en alles zien. In het Duits heet hij Miraculix.
  • Het hondje Idefix: komt van idée fixe, een terugkerende gedachte.

Voorbeelden uit albums.


Album 1: Asterix de Galliër.
  • In het eerste album woont Panoramix nog in een grot buiten het dorp (p. 8).
  • Op pagina 11, paneel 4 zegt de Romeinse soldaat 'Quo vado?...' Dit is een variant van quo vadis? (Waar ga je naartoe?). Dit zei Petrus tegen Jezus en werd pas echt bekend wanneer het een titel werd van de roman van Sienkiewicz (en won hiermee de Nobelprijs). Deze roman werd in 1951 verfilmd. 
  • Op pagina 15 maakt de smid Hoefnix zijn debuut. Al ziet hij er helemaal anders uit. Pas vanaf Asterix en de Noormannen (1967) krijgt hij zijn officiële look.
  • Op pagina 19, paneel 3, zien we dat Uderzo ook experimenteerde met de kaders: door het neerkomen van de steen trilt heel het paneel.
  • In dit album mag Assurancetourix nog wel mee aan het banket aansluiten.

Enkele namen uit het album:
  • Marcus Sacapus: sac à puces (vlooienbaal) - in de nieuwe vertaling M. Gripus. (p. 9)
  • Marchéopus: marché aux puces (vlooienmarkt) - oude vertaling: Caius Velox (= snel in het latijn): de collega soldaat zegt tegen Gaius Velox: 'G-g-goed... maar vlug dan, Caius Velox' In de nieuwe vertaling: Gaius Nogalwidus. (p. 28)

Album 5: Asterix en de Ronde van Gallië. 


Voor het eerst zien we de bezigheid van de Romeinse soldaten in één van de omringende kampen (Grootmocum: oorspronkelijk Petibonum): ze slapen, dobbelen, doen de was... Waarom? Omdat ze toch altijd verliezen tegen 'het dorp'. In de latere albums zal dit nog meer overdreven voorkomen.
    Idefix
  • Op pagina 6 (plaat 1) zien we een historische fout: Asterix is aardappelen aan het schillen. De aardappel is pas na 1492 in Europa bekend. 
  • Pagina 7, plaat 1: de Romeinse soldaten en Galliërs roepen hier in het Frans: Par Jupiter! par Toutalis! en par pitié!  wat in de nieuwe vertaling vertaalt is als: Ai! Bij Jupiter! Ah! Bij Toutalis! Au! Bij voorbaat.
  • Op pagina 13, plaat 8: het debuut van Idefix! De lezers waren heel enthousiast over het hondje, dat toen nog geen naam had. Goscinny en Uderzo organiseerden een wedstrijd om het hondje een naam te geven. Het werd Idéfix.
  • Het logo op de postwagen van de Romeinen is dat van het voormalige Franse bedrijf PTT (Poste, télégraphes et téléphones), tegenwoordig: La Poste en France Télécom. Het logo zit ook in de nieuwste Asterix (36: De papyrus van Caesar, p, 16, paneel 4). Alleen zijn de kleuren anders. 

Enkele namen:

  • Flavia Faimoiducuscus: fais-moi du couscous (maak couscous voor mij) - in de oude vertaling: Flavia Tortellus, en in de versie van 2015 is de familienaam gewoon verdwenen.
  • Petitlarus Milexcus: Petite Larousse (bekend Frans woordenboek) - in de versie van 2015: Plusminus
  • Quatrédeusix: 4+2=6 - in de nieuwe versie: Salamitactix
  • De prefect van Lugdunum Judascus (pagina 24, paneel 9): Judaskus. In het Frans heet hij Encorutilfaluquejelesus: encure eût-il fallu je l'ai su (opnieuw had het weinig gescheeld of ik had het geweten)
  • Op pagina 44, paneel 3 zien we een nieuwe piraat: Erix. Hij is een karikatuur van Eric, zoon van Roodbaard uit de strips van Charlier en Hubinon.

Album 8: Asterix en de Britten.


In 1966 verschenen drie nieuwe Asterix-albums. Eerst was De Kampioen, in de herfst de Britten en daarna Asterix en de Noormannen. Nu was het de beurt aan de Britten, na de Duitsers en de Egyptenaren. Bijna elke pagina van dit album is een parodie. In 2012 werd het album verfilmd als Asterix & Obelix bij de Britten.
Enkele parodieën:

  • taalgebruik.
  • onderkoelde gentlemen's behaviour.
  • beroerde keuken: everzwijn in muntsaus? Rare jongens die Britten!
  • lauwe bier.
  • het weer: regen en mistig.
  • darts in elke kroeg.
  • passie voor tuinen en rugby...
    Passie voor tuinen.
Notax, de neef van Asterix, is een befaamd roeier uit de stam der Cambridgos: uit Cambridge, ook vandaag nog beroemd om de roeiers.
Op pagina 19, paneel 10 zijn de barden die optreden de karikaturen van The Beatles.
The Beatles.
Enkele namen:

  • Zebigbos: the big boss op z'n Frans uitgesproken. In de nieuwe vertaling: Debikbos.
  • Claudius Lapsus: lapsus (een uitglijder, vergissing). In de nieuwe vertaling Claudius Lazarus. De Romein is mee aan het uitzoeken welke ton wijn er met toverdrank gevuld is. Hij heeft al enkele tonnen leeg en is dus zat (lazarus gedronken).

Album 35: Asterix bij de Picten.


Het eerste album van de nieuwe scenarist Jean-Yves Ferri en tekenaar Didier Conrad. Hoewel Uderzo zich nog flink bemoeide met het nieuwe album. Zeker de tekenaar werd geregeld bijgestuurd.
Hoewel Conrad dicht bij de oorspronkelijke Asterix-stijl blijft  en heel wat details in de panelen te ontdekken valt is het voor een geoefend oog zichtbaar dat er een nieuwe tekenaar is.
De scenarist is trouw gebleven aan het leven in het dorp zoals we het kennen:

  • commentaar op de vis van Kostunrix, vooral door Hoefnix.
  • de schilddragers hebben het moeilijk
  • het gezang van Kakofonix wordt niet gewaardeerd. 
  • woordenwisseling tussen Heroix en zijn vrouw Bellefleur
  • Obelix reageert overgevoelig als ze hem dik noemen.
  • Asterix en Obelix maken ruzie, maar blijven de beste vrienden.
  • ...
Details in het album:

Het verhaal begint wanneer het winter is in het dorp. Er is maar één ander verhaal waar dit voorvalt: Asterix en Cleopatra
Een tip op de eerste druk in het Nederlands te herkennen: de tekstballon van de dame bij Kostunrix (Bellefleur?) is per ongeluk leeg gebleven. 
In hetzelfde paneel zijn de kinderen een sneeuwpop aan het maken en verklapt er één dat het Caesar moet worden. In paneel 4 heeft de sneeuwpop een lauwerkrans gekregen. 
Over de identiteit van de bevroren vreemdeling is heel wat speculatie. Obelix doet als suggestie Tatoeareg omdat hij tatoeages heeft. Het woord is een speling met Toeareg en tatoeage.
Wat ik zelf minder geslaagd vind is het toelaten van de Romeinse ambtenaar voor een volkstelling. Het dorp tolereert de man, maar maken hem het werk niet echt gemakkelijk. In vorige albums maken ze zulke buitenstaanders goed duidelijk dat het dorp niet bij het Romeinse Rijk hoort. 
Wanneer Asterix en Obelix vertrekken wil Obelix wel een menhir meenemen maar Idefix niet. Vreemd!
Hoe noemen we de tekeningen die de Picten maken? Pictogrammen (p. 20, paneel 4).
Op pagina 21 (paneel 1) zegt MacAdam: "... onze beroemde grousse...": grouse is een korhoen, typisch voor Schotland en Famous Grouse is een Schotse whisky.
MacAdam spreekt over de grouse.
Op het einde van het album is de Pictengekte in het dorp nog altijd niet over: de steen met tekeningen, Nestorix die zich heeft laten tatoeëren. Hoefnix die de speciale helm cadeau krijgt van Obelix en tijdens het slotbanket nog altijd draagt.
Heroix heeft zich intussen een ATS aangeschaft: een All Terrain Schild. Hij heeft wielen onder zijn schild laten zetten. Dit is een woordspeling met ATV: all terrain vehicles. 

Enkele namen:
  • MacAdam: macadam, de wegverharding uitgevonden door de Schot John McAdam. In het Frans heet hij Mac Oloch: collocataire (medehuurder).
  • De grote slechterik: MacAbbeh (maccabée: lijk of kadaver) heet bij ons MacAber: macaber. Deze naam past goed bij zijn rol. Zijn groene huidskleur komt van de naambetekenis in het Frans.
  • Mac Lop: ma clope (mijn peukje) - In het Nederlands: Mac Ymesserh.
  • Mac Mini: de kleine Apple pc uit 2005.
  • Mac Ramp: ma crampe (mijn kramp) - MacChiato.
  • Mac Reese: ma crise (mijn crisis) - MacArpool (my carpool).
  • Ouiskix: whiskey - Wiskix.

Welke namen komen er in de nieuwste Asterix voor? Ik hoop dat bij deze korte uiteenzetting het lezen van de Asterix-albums een nieuwe ervaring wordt en u zo zelf namen en verwijzingen kan ontdekken.

EJ


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen