maandag 30 november 2015

Angry Birds: op zoek naar de kerstman


Jingle Birds, Jingle Birds, Jingle all the way...



Iedereen stelt zich wel eens vragen over de kerstman, maar voor Terence is het meer een obsessie geworden. Het is voor de Angry Birds echter heel moeilijk om informatie te krijgen over de kerstman. Zeker als niemand tijd heeft om op de vragen van Terence te antwoorden. Dus besluit Terence om Piggy Island te verlaten op zoek naar antwoorden. 
Wanneer de andere Angry Birds niets meer van Terence vernemen, reizen Red en zijn vriendjes hem achterna. Ze wagen zich zelfs in de wereld van de mensen!
Het zal een erg bijzonder kerstfeest worden.

Jingle Birds is deel 5 van het fenomeen Angry Birds in stripvorm. De Angry Birds is een monstersucces: de app is zo'n 1,7 miljard keer gedownload en het speelgoed verkoopt in massa's.
In juli 2016 zal de film uitkomen van de makers van De Smurfen bij Sony Pictures Animations.

Voor de oorspronkelijke uitgave: Angry Birds Comics - Santa's Little Helper, Rovio Books.
Voor de Franse uitgave: Angry Birds Tome 3: Petit papa Térence, Le Lombard. 

Boekgegevens:
Angry Birds 5: Jingle Birds, Ballon, ISBN 9789462103306 (€ 6,50)
Softcover, 48 pagina's.

EJ




donderdag 26 november 2015

Een spook in Brugge

Een opmerkelijk verhaal verdient onze aandacht: een The Phantom-verhaal door Jean-Yves Mitton speelt zich af in Brugge en The Phantom loopt er de schilder Rembrandt tegen het lijf. Voor deze uitgave tekende Mitton speciaal een nieuwe cover. 
Daarnaast geef ik wat achtergrond informatie bij The Phantom en zijn belang in de stripwereld. 
Door Elias Jonkers.

Het album.
Het speciale album is: The Phantom: dood in Brugge. De Phantom van dit album is de 21ste Phantom die zijn vrouw, Diana, het verhaal vertelt van één van zijn voorvaderen, de Phantom uit de 17de eeuw. 
Deze Phantom redt het leven van Rembrandt van Rijn die als dank een schilderij van de Phantom maakt. Rembrandt neemt hiervoor het masker van de Phantom af en schetst zijn ware gezicht. Iets dat niemand mag zien en naar men zegt sterft iedereen die slecht is bij het aanzien van het ware gelaat van de Phantom. 
Terug naar het heden: onze Phantom leest over de ontdekking van het schilderij en wil het mysterie van het doek achterhalen. Hij reist met zijn vrouw af naar Brugge. 

De tekenaar en de schrijver.
Het verhaal werd geschreven door de Engelsman Donne Avenell. Avenell kennen we vooral van de reeks Axa. Avenell schreef de Phantom-verhalen exclusief voor de Zweedse markt. 

Jean-Yves Mitton kennen we vooral als tekenaar van de historische reeksen als Vae Victis en  Quetzalcoatl (ook scenario). Voor Attila... Mijn geliefde schreef hij het scenario en  voor Ben Hur schreef hij het scenario en verzorgde hij de tekeningen. Voor Kroniek der Barbaren kwam hij bij de Vikings terecht en voor Schipbreukelingen liet hij zich inspireren door de Napoleontische tijd. Met het onvertaalde Messalina maakte hij een strip uitsluitend voor volwassenen. Gebaseerd op scenario's van Scott Goodall en Donne Avenell tekende Mitton acht albums. 

Maar wat minder mensen weten is dat Mitton een comicperiode heeft gekend. Mitton werkte eerst als letteraar bij uitgeverij Lug in Lyon. Nadien moest hij Italiaanse en Amerikaanse comics retoucheren om door de Franse censuur te komen. Tussendoor mocht hij ook covers tekenen. 
Eind jaren 1960 gaf Lug de comics van Marvel uit in het Frans. Ook deze moest Mitton eerst retoucheren. Hier kwam hij in contact met de grootste namen als Jack Kirby (Captain America), Steve Ditko (Spider-Man) en John Romita Sr. In deze periode ontwikkelde Mitton zijn realistische tekenstijl. Niet veel later publiceerde Mitton eigen verhalen rond de Marvel helden. Nadat Marvel hier een stokje voor had gestoken publiceerde Mitton 'made in France', eigen originele superhelden. 
De lezer dachten dat deze creaties van John Milton gewoon uit Amerika kwamen, Toch was dit gewoon het pseudoniem van Mitton. Na 74 afleveringen was de inspiratie op en eindigde de reeks.
Vanaf 1993 tekende Mitton The Phantom voor de Zweedse markt, waar het een enorm succes kent. 

The Phantom.
Schrijver en cartoonist Lee Falk (1911-1999) creërde The Phantom in opdracht van King Features Syndicate (distributeur van strips en cartoons) en deze werd voor het eerst gepubliceerd in 1936 als krantenstrip. Falk liet zich inspireren door verhalen als El Cid, Zorro, Tarzan en The Jungle Book
The Phantom woont ergens in de Afrikaanse jungle in een schedelgrot (de Schedelgrot). De Phantom gaat gekleed in een paars strak pak. Zijn ogen zijn bedekt met een klein zwart maskertje. Falk tekende de eerste twee weken van de krantenstrip. Hierna nam Ray Moore het van hem over. 

The Phantom heeft geen superkrachten, buiten zijn uitstekende fysieke conditie en zijn talenten als detective. The Phantom maakt gebruik van de mythe van The Ghost Who Walks, de man die niet kan sterven. Het lijkt inderdaad zo dat The Phantom niet sterft. Maar in feite is het een titel die van vader op zoon overgaat. Wanneer een zoon de identiteit van de vader overneemt moet deze een eed afleggen. In deze Oath of the Skull zweert de nieuwe Phantom zijn leven de wijden aan het bestrijden van misdaad en zweert hij zijn zoon op te leiden om de volgende Phantom te worden. Zo zitten we nu aan de 21ste Phantom.

De eerste Phantom (Christopher Walker, geboren in 1516) leed als jonge zeiler schipbreuk voor de kunst van Bengalla. Zijn vader was een scheepsjongen op de Santa Maria, het schip van Christoffel Columbus. De eerste Phantom werd gered door Afrikaanse pygmeeën van de Bander-stam. In ruil voor hun hulp zou The Phantom hen bevrijden van slavenhandelaars. 
Onze Phantom, Kit Walker, trouwde met Diana en samen kregen ze twee kinderen: Kit en Heloise. 
Een blanke held die de Afrikanen helpt is niet nieuw: Tarzan was een blanke die in de Afrikaanse jungle woont en de lijst met junglehelden in romans, strips en films is legio.
Eerste Sunday strip van The Phantom (28 mei 1939)

De stripreeks The Phantom loopt tot op de dag van vandaag en bestaat in verschillende media: kortverhalen, films (1996 trailer), TV-serie en in Zweden is er zelfs een attractie rond The Phantom in Parken Zoo
De stripreeks wordt over heel de wereld uitgegeven maar kent vooral in Zweden (bekend als Fantomen) ontzettend populair. Egmont Publications publiceerde naast de krantenstrips (dagelijks en weekend) ook eigen origineel materiaal. En voor dit laatste leverde Jean-Yves Mitton ook tekeningen.
Dit jaar bracht Dynamite Entertainment een reeks in vier delen van The Phantom uit. 

Invloed op andere superhelden.
The Phantom stond mede model voor de generatie superhelden na 1938 (waarvan Superman en Batman de bekendste zijn). Omdat The Phantom twee jaar eerder dan Superman werd uitgegeven was The Phantom de eerste superheld die een strak kostuum droeg en een verborgen basis had. De Phantom is een mysterieuze figuur van wie niemand het echte geheim kent. 
Dit zijn ingrediënten van de latere superhelden: niemand weet dat Clark Kent Superman is en hij heeft een geheime basis. Batman en The Spirit (van Will Eisner) lijken nog meer op The Phantom: zij hebben geen superkrachten en zijn uitstekende detectives. 



De laatste jaren is er meer belangstelling en erkenning voor Jean_Yves Mitton: zijn vergeten comics werden heruitgegeven en de uitgeverij Images Innées gaf in 2011 en in 2012 alle acht The Phantom-strips uit in vier verzorgde bundels. The Phantom; dood in Brugge is uitgegeven bij Saga Uitgaven.  Dit album is een verrijking in iedere collectie!

Boekgegevens.
Jean-Yves Mitton; D. Avenell, The Phantom: dood in Brugge, Saga Uitgaven, ISBN 9789085523901 (€8,99)


















Logo van The Phantom

EJ




dinsdag 24 november 2015

De arme ridders van Christus


Het lot van de tempeliers stond al vaak model in de fantasie van schrijvers. Film- en stripscenario's zijn er over gemaakt net als romans en games. Bij uitgeverij Daedalus verscheen er deze maand een nieuwe met een onthullende titel: Complot. De ondergang van de tempeliers. Hoewel dit niet de enige strip over de tempeliers is bij Daedalus, is het verhaal toch verrassend. Daedalus maakt zijn slogan ook bij deze prachtige uitgave weer waar: 'gevederde kwaliteit'. 
Door Elias Jonkers.

De Tempeliers zijn rijk. Rijkdom is macht. Dus, de tempeliers zijn machtig. En dus wil de Franse koning, Filips (IV) de Schone, van ze af. Maar hoe kan hij het geweld tegen de Tempeliers rechtvaardigen? Op 13 oktober 1307, een vrijdag, laat Filips de Schone alle Tempeliers in de boeien slaan. Hij beschuldigt hen ervan de heidense god Baphomet te aanbidden. De orde bestaat niet meer. Maar niet alle Tempeliers zijn op de brandstapel terecht gekomen. Enkelen konden ontsnappen om hun schat veilig te stellen. Deze schat bestaat, naast een haast onuitputtelijke goudmijn, vooral uit kennis: de route naar een onbekend continent dat één van de moedigste ridders op zijn queeste naar de Heilige Graal heeft ontdekt. Uiteindelijk komt hij daar in de stad Bäfh-Homett terecht en wordt hij vereerd onder de verbasterde naam Quetzalcoatl.

Historische achtergrond.
De Tempeliers zijn inderdaad op vrijdag 13 oktober 1307 opgepakt en verhoord op gronde van valse beschuldigen. Zij werden beschuldigd van ketterij, afgoderij en homoseksualiteit. Zij zouden op het kruis spuwen en deze afzweren. Een zonde tegen de Heilige Geest dus en dat kan niemand vergeven, zelfs de paus niet. Omdat dit op een vrijdag de 13de gebeurde, zegt men nog altijd dat een vrijdag de 13de een ongeluksdag is. 
De laatste grootmeester van de orde, Jacques de Molay, stierf op 18 maart 1314 op de brandstapel nadat hij de beschuldigingen bleef ontkennen.
In datzelfde jaar zou paus Clemens V de Tempeliers hebben vrijgesproken en in 2007 deed het Vaticaan dit nog eens opnieuw. De paus zou zijn bezweken onder de politieke druk van Filips IV.

Het creatieve team.


Scenarist Didier Swysen (alias Alcante) werd al bekend met de reeks Pandora Box (2005). Samen met Jean Van Hamme (Largo Winch, XIII) schrijft hij aan de reeks Rani. Hij schreef voor de reeks Complot al de drie verschenen verhalen: Le krach de 1929 en La Bataille de Hamburg Hill. De ondergang van de Tempeliers is oorspronkelijk nummer 2 in de reeks.
Co-schrijver Gihef (Jean-François Baudot) kennen we van reeksen als Slangengebroed en als tekenaar van o.a. High Security
Tekenaar Brice Cossu werd al vroeg besmet met het tekenvirus en zou het nooit meet kwijt geraken. Zijn invloeden zijn andere reeksen die hij las en films.  
De tekenstijl doet wat denken aan manga. Hoewel de personages soms moeilijk uit elkaar te houden zijn, zijn de tekeningen helder. Op de lay-out is niet veel aan te merken, deze is vrij gewoon, toch weet Cossu op de juiste momenten een dubbele paginaverspreiding (double-page spread) te gebruiken. Soms maakt Cossu theoretische fouten in zijn bladschikking, maar door de expressieve en heldere tekeningen blijft het album vlot leesbaar.

Hoewel het creatieve team in ons taalgebied vrij onbekend is, staat dit werk op zichzelf en is het een verrassend verhaal over een bekend en veelgebruikt thema: wat is er met de Tempeliers gebeurd? 
Dit album geeft een nieuw antwoord op bovenstaande vraag en op de vraag waar de rijkdommen van de Tempeliers vandaan kwamen. Een must have voor alle fans van het genre en voor wie graag eens een spannend verhaal leest.

Boekgegevens.
 Alcante, Gihef & B. Cossu, Complot: de ondergang van de Tempeliers, Daedalus, ISBN 9789088106248 (7,95).

EJ




vrijdag 20 november 2015

Zwijgen als vermoord: een nieuwe Zidrou

Ook deze maand verscheen er een nieuwe strip van duizendpoot Zidrou. Na een grappig en ontroerend familieverhaal krijgen we deze keer een haast psychologische thriller met thema's als schuld en onschuld, schuldgevoelens en spoken uit het verleden. Voor Zwijgen als vermoord heeft Zidrou voor Philippe Berthet als partner gekozen. 
Door Elias Jonkers.

Het verhaal begint met de afscheidsbrief van Ike Hopper aan zijn broer Greg. De sheriff is aan het praten met de dominee. We weten nog niet wat er precies gaande is.
De volgende pagina's gaat de focus naar Greg Hopper. Al krijgen we eerst een dubbele pagina met sfeerbeelden over het leven van zijn kudde schapen in de Australische natuur. Als lezer kan je bij deze pauze even nadenken over de afscheidsbrief van Ike en wat er zou kunnen gebeurd zijn. De afscheidsbrief blijft heel het verhaal door spelen. 
Zidrou gebruikt wel meer van deze pauzes om de lezer wat rust te gunnen en andere zaken aan te snijden. Vlak voor Greg wil terugkeren naar zijn geboorteplaats, Dubbo City, zien we hem praten met een jonge vrouw. Later leren we dat dit zijn vermoorde beeldschone, maar losbandige vrouw Lee is. Maar heel even lijkt het wel of de vrouw ook echt aanwezig is. 
Greg komt aan in Dubbo City en wordt opgewacht door een journaliste en de sheriff. De mensen staren Greg na, ze roddelen en ze treiteren hem. Zo zie je maar weer dat in een klein dorpje veel geroddeld wordt. En er valt wat te roddelen. 

Naarmate het verhaal vordert komen er steeds meer skeletten uit de kast en leren we veel over het vorige leven van Greg en zijn vrouw Lee. Waarom keerde Greg echt terug naar Dubbo City? Om terug een normaal leven te leiden of werd het schuldgevoel hem toch te groot? 

De woordloze delen die de lezer de nodige pauzes gunnen, worden afgelost door dialogen en delen waar de brief van Ike als aan bandje afspeelt. De delen waar de woorden uit de brief samenkomen met de huidige gebeurtenissen zijn fenomenaal. In het verhaal komen zeer sterke uitspraken aan bod zoals onder andere:
"Herinneringen zijn als schapen: je moet ze nooit te veel uit het oog verliezen. Als er een ontsnapt, is het hek van de dam. En probeer ze dan maar eens te vangen!" (p. 20)
Met deze one-shot tonen scenarist Zidrou en tekenaar Berthet dat ze tot de Belgische top behoren. 

Van Zidrou weten we dat hij een gevarieerd parcours bewandelt en verschillende genres aankan terwijl hij toch een eigenheid weet te behouden. Zidrou is een groeiende scenarist die zowel humoristische kinderstrips als verhalen rond verwassen thema's blijft maken. In zijn oeuvre zit momenteel: humor, sprookjes, oorlog, maatschappelijke strips, thriller, historische verhalen. 

Detail: het bloed contrasteert met het de rode achtergrond.
Tekenaar Philippe Berthet werkte al eerder samen met namen als Tome en Andreas, en met Yann maakte hij serie Pin-Up, over Betty Page en haar pikante foto's uit de jaren 1940-50. Berthet is dan ook een kei in het tekenen van mooie vrouwen. 
Berthet is qua tekenstijl een kind van de klare lijn en weet de goede camerastandpunten vast te zetten en een ingenieuze belichting te gebruiken. De sfeer van Zwijgen als vermoord doet dan ook denken aan een film. De dramatische scene waar de moord wordt getoond is meesterlijk weergegeven, waarbij het rode bloed sterk afsteekt op de zwart-witte achtergrond. Deze scene doet denken aan Frank Miller's Sin City.

De cover van Zwijgen als vermoord is een meesterwerk op zichzelf en alle elementen van het verhaal zitten er in: het lammetje, het bloed en de mysterieuze blik van de mooie vrouw. De zwarte kleur van de kaft past heel goed bij de collectie Zwartlijn. 
Dargaud omschrijft Zwartlijn als: "een collectie gitzwarte verhalen getekend door Philippe Berthet."
De eerste titel in deze collectie was Perico (2014). 

Zwijgen als vermoord is een donker verhaal maar een pareltje en een waardevolle aanvulling op de schitterende collectie van creatieve duizendpoot Zidrou. We zijn uiterst benieuwd naar wat de volgende jaren brengen op vlak van verhalen.
De tekeningen van Philippe Berthet passen goed bij het scenario maar komen op momenten niet veel verder dan standaardwerk van Berthet. Al is de cover een groot pluspunt aan het album.
Het album is een absolute aanrader!

Boekgegevens:
Zidrou & Berthet, Zwijgen als vermoord, Dargaud, ISBN 9789085584148 (€ 9,50)

maandag 16 november 2015

Een bijzondere bijbel

De Bijbel in 1001 blokjes: Nieuwe Testament.


Van het meest verkochte en gedistribueerde boek in de geschiedenis bestaan er verschillende versies. Onlangs herschreef Dimitri Verhulst de eerste boeken van de Bijbel in zijn Het Bloedboek. En met De Bijbel in 1001 blokjes: Nieuwe Testament geeft Brendan Powell Smith een nieuwe interpretatie. De Bijbel in stripvorm is niet nieuw maar deze uitgave brengt zowel de Bijbel als de strip naar een nieuwe sfeer.
Door Elias Jonkers.

De Bijbel als inspiratie.
De Bijbel is een inspiratiebron voor verschillende kunstvormen: beeldende kunst, literatuur, film, opera en ook strip. Zowel de Bijbel (en religie) als alles wat er op geïnspireerd is kent voor- en tegenstanders. Zoals onlangs bij het verschijnen van Het Bloedboek van Verhulst (een kritiek). Dat mensen zich beledigd voelen door sommige interpretaties van de Bijbel is onvermijdelijk gezien het feit dat het boek door ontzettend veel mensen vereerd wordt.

In 2009 verscheen Het Boek Genesis van stripgrootheid Robert Crumb met als waarschuwing: 'Minderjarigen uitsluitend onder geleide' en '...ongecensureerd!' .
Terwijl Crumb aan dit boek werkte, las hij enkele onderzoekingen van Genesis die voor hem nuttig bleken als verrijking voor de inhoud van de tekeningen. 
Tevens zegt Crumb dat hij niet uit is op spot of het maken van visuele grappen. Het lijkt hem ook niet onvermijdelijk dat zijn visuele, letterlijke interpretatie aanstootgevend of beledigend is voor sommige mensen.
Wat volgt is een prachtig boek in de typische Crumb-stijl met mooie taferelen maar ook gewelddadige en erotisch getinte beelden. 

Bij Silvester Uitgeverij verscheen in de reeks Bijbel: Genesis (2 delen), Exodus (1 deel) en Het evangelie volgens Matteüs. 

In 2014 kwam de film Noah van Darren Aronofsky (scenario samen met Ari Handel) uit. Het script werd eerst getest in stripvorm. De tekeningen zijn van de Canadees Niko Henrichon
In Amerika verscheen Noah bij Image Comics. Bij ons verscheen Noach bij Le Lombard in 4 delen. 
Het uitgebreide storyboard werd in stripvorm gegoten en de tekeningen van Henrichon zijn fenomenaal. Noach is een pure, heldere en visueel geslaagde strip. De personages zijn levendig en expressief, net als het decor. De sfeer doet erg sciencefiction aan met een snuifje fantasy. 

Pagina uit Noach, Le Lombard.
De Bijbel en Lego.
Brendan Powell Smith begon in 2001 met de website The Brick Testament. Sinds 2003 verschenen er boeken over haar Bijbel in Lego (een overzicht). In maart 2015 veranderde de auteur haar naam naar Elbe Spurling, maar haar boeken worden verder gepubliceerd onder haar geboortenaam omwille van de herkenbaarheid.

Voor Spurling is Lego een interessant medium. Met de juiste stukken en camerastandpunten kan het een nieuwe vorm van storytelling worden. 
Spurling zette de eerste stappen in de in de stripwereld tijdens haar studies. Ze tekende The Second Coming onder de naam The Reverend en werd van 1992 tot 1995 gepubliceerd in The Daily Free Press, de derde grootste krant van Boston. 

Andere projecten van Spurling zijn historische verhalen zoals Revolution en Assassination
Haar volgend project is: The Brick Book of Mormon

De Bijbel in 1001 blokjes: Nieuwe Testament.
Het boek is een letterlijke uitbeelding van de tekst in de Bijbel, net zoals bij Crumb. Sommige beelden zijn ook in deze versie gewelddadig en bloederig, maar bovenal uiterst goed gevonden. Het is boeiend om te zien hoe er met iets heel eenvoudigs als speelgoed verteld kan worden over het leven van Jezus. Het boek doet ons de Bijbel vanuit een andere invalshoek bekijken en nodigt ons uit om het orgineel, de 'echte' Bijbel te (her)lezen. 

Elk paneel is een foto waar veel bouw- en knutselwerk in steekt. Plaatsen en verplaatsen om de juiste invalshoek te krijgen. Spurling werkt zelfs met een statief van Lego. Nadien worden de foto's voorzien van tekstballonnen. 
De compositie van de pagina's bestaat grotendeels uit een grid van zes panelen. Bij een grid bestaat de pagina uit een aantal panelen van gelijke grootte. Op enkele pagina's bestaat de grid slechts uit vier panelen. Daarnaast zijn er ook pagina's in vrije vorm, waarbij niet alle panelen even groot zijn. De overgang van grid naar vrije vorm gebeurt op een natuurlijke wijze: als lezer blijf je gefocust op het verhaal. Dit is namelijk het belangrijkste doel van de compositie.

De Bijbel in Lego is een fotostrip met als groot voordeel dat de taferelen in de panelen niet levenloos aanvoelen. Andere fotostrips bevatten bijna levenloze momentopgaven met een groot strike a pose-gehalte. 

Wie vaak met Lego speelt zal figuren en attributen herkennen van bestaande Legosets. Het is dan ook een verrassing om deze herkenbare figuren in een compleet andere situatie te zien. 
Hiervoor is Lego, in mijn ogen, ook bedoeld: om zelf creatief om te gaan met de blokken en figuren. Om een eigen verhaal te vertellen. 


Het boek is een hedendaags bijbels meesterwerk dat voor iedereen toegankelijk is. Het toont aan dat de verhalen niet passé zijn, dat ze niet enkel over een ver verleden gaan. 
De Bijbel is één van de steunpilaren en bronnen voor onze westerse beschaving en een inspiratiebron voor vele mensen. Het verbindt christenen met joden en moslims. Want ook de Koran bevat episodes uit de Bijbel. 

De Bijbel zal een inspiratiebron blijven voor storytelling in al zijn gedaanten, zowel in de beeldende kunst als in de literatuur, film, muziek én in de boeiende wereld van de strip. 

Boekgegevens:
Brendan Powell Smith, De Bijbel in 1001 blokjes: Nieuwe Testament, Plateau (ISBN 9789058041029)


woensdag 11 november 2015

De toverdrank van Panoramix

Iedereen kent de toverdrank van Panoramix die de Galliërs bovenmenselijke kracht geeft. Door deze toverdrank is het dorp van Asterix onoverwinnelijk.
Maar wat is die toverdrank?

Hoewel het volledige recept nooit geopenbaard is, kennen we wel enkele ingrediënten:

  • Maretak: moet met een gouden snoeimes gesneden worden (Het gouden snoeimes)
  • Een hele kreeft: hoewel Panoramix onthuld dat dit slechts voor de smaak is (Asterix de Galliër)
  • Vis (De grote oversteek)
  • Zout (Asterix en de Goten)
  • Aardolie: later vervangen door bietensap (De odyssee van Asterix)
  • Bladen van de Tamarinde (De strijd van de stamhoofden/De kampioen)
  • Knoflook (Asterix op Corsica)
  • Komkommers (De Romeinse lusthof)
  • Groene druiven (De Romeinse lusthof)
  • en mix dot allemaal in een grote ketel met kokend water.

Als er paarse en groene rook uit de ketel komt, moet je niet panikeren. Dat hoort immers zo (Asterix en de Helden).

Wie hetzelfde effect wil maar minder avontuurlijk heb ik volgende tips:
Als we zien hoe hyperkinetisch de Galliërs worden na het nemen van de drank lijkt mij het evengoed om genoeg tassen koffie te drinken.

Kijken we naar volgend effect van de drank:


Uit: De beproeving van Obelix, p. 26, paneel 9.

Uit: Canteclerix de Gallische haan. In: Het beste van Asterix en Obelix: Idefix, p. 14.
Asterix komt meestal even van de grond bij het nemen van de drank.
De haan Canteclerix kan vliegen na het nemen van de toverdrank, Asterix vliegt meestal even nadat hij de toverdrank heeft genomen.

Dus wat kunnen we daaruit besluiten?
De toverdrank van Panoramix is gewoon Red Bull. Want: "Red Bull geeft je vleugels!"

EJ

woensdag 4 november 2015

De Blauwbloezen 59: De vier evangelisten

Dit artikel is verschenen op de website van De Boekenkrant (24/12/15): http://www.boekenkrant.com/de-blauwen-en-de-evangelisten/

Historische accuraatheid met een zweem van fictie. Zo valt de reeks De Blauwbloezen het best te omschrijven. In dit album staan de bekendste soldaten uit de stripwereld oog in oog met kapitein Pendleton. De historische gebeurtenissen worden weer bekeken met een aparte bril: die van de blauwen. 
Door Elias Jonkers.

Als bij toeval ontstaan.
De Blauwbloezen (Les Tuniques Bleues) is een reeks van scenarist Raoul Cauvin en tekenaar Louis Salvérius (Salvé). Na het overlijden van Salvé in 1972 nam Willy Lambil het tekenwerk over. Dit is vanaf album nr. 4 (Outlaw) in de reeks, waar Salvé al aan begonnen was. De albums worden uitgegeven door Dupuis. De Blauwbloezen is dus een echte Belgische reeks. 

Cauvin en Salvérius kenden elkaar van op de lay-outafdeling van het weekblad Spirou en in 1968 brachten zij een viertal 19de-eeuwse Amerikaanse rekruten  ten tonele in Le Journal de Spirou. Slechts voor twee van hen was er een grootser avontuur weggelegd: sergeant Chesterfield en korporaal Blutch.
Toch is de reeks als bij toeval kunnen ontstaan. Destijds weigerde uitgeverij Dupuis om Lucky Luke in een gekartonneerde uitgave te publiceren. Daarop zei tekenaar Morris 'vaarwel' tegen Dupuis en kwam er bij de uitgeverij een plekje vrij voor nieuwe reeksen. Hierop ging Cauvin aan de slag met de Far West en de militairen van het 22ste cavalerieregiment. Het eerste album, Wagens in 't westen (Un chariot dans l'Ouest), verscheen in 1972.

Stijl.
De eerste pagina van Lambil.
In het begin was de stijl heel karikaturaal maar geleidelijk veranderde Salvé zijn stijl naar semikarikaturaal met meer gedetailleerde decors. Na het plotse overlijden van Salvé vroeg Cauvin aan collega Lambil om album 4 af te werken vanaf pagina 37. Lambil deed het voortreffelijk en legde zich meer en meer toe op meer geloofwaardige decors.
Cauvin van zijn kant bleef steunen op het humoristische karakter van de verhalen. Want het was voor Cauvin duidelijk dat hij zijn lezers vooral aan het lachen wou brengen. Dit stond echter het opzoekwerk naar feiten niet in de weg. Cauvin baseerde zich telkens op kleine en grote geschiedenissen en op bekende en minder bekende personages. Elk album begint met een historische afbeelding.


Evolutie in stijl. Van boven naar onder: De grote patrouille (9), Blauw en uniformen (10), Een huwelijk in Fort Bow (49). 

Een onafscheidelijk duo en kleurrijke nevenpersonages.
De verlegen slagersknecht Chesterfield en de opvliegende barman Blutch  melden zich in een dronken bui aan bij het leger. In het begin zitten ze redelijk veilig in Fort Bow. Maar uiteindelijk komen ze terecht bij het regiment van kapitein Stark, die niets liever doet dan chargeren met een lange:
 “Aanvalleeeeeuh!” 
Chesterfield klimt op tot sergeant en is plichtbewust en meldt zich graag aan voor gevaarlijke missies. Blutch daarentegen is antimilitaristisch en wil vooral overleven. Zo erg zelfs dat hij zijn paard africht om neer te vallen bij de beroemde kreet van Stark. Toch eindigt Blutch altijd weer in het gezelschap van Chesterfield als ze weer eens op missie gestuurd worden. De twee verdienen nota bene alle medailles.
De missie van de brave sergeant is naast het vaderland te dienen ook ervoor te zorgen dat Blutch in het leger blijft. Onze korporaal wil niets liever dan uit het leger gaan, als het moet zelfs door te deserteren. Het is pas wanneer zij bij het 22ste Cavalerieregiment van Strak komen dat de twee actief ingeschakeld worden in de burgeroorlog.

De nevenpersonages die de reeks extra kleur geven gaan van de historische maar minder bekende Mary Edward Walker tot president Lincoln. De bizarre missies waarin Chesterfield en Blutch zich bevinden krijgen ze van generaal Alexander en zijn staf. Een lid van deze staf is kapitein Stilman die altijd iets te drinken heeft en niet veel zegt. Maar als hij iets zegt zijn het vaak de bizarste ideeën.
Aan de kant van de zuidelijken is het de zich altijd belachelijk makende soldaat Kakkerlak die geregeld terugkeert.

De missies.
Om het verhaal draaiende te houden geeft Cauvin de twee de meest onmogelijke en uiteenlopende missies. Ze werken als rekruteerders of matrozen. Ze spelen voor babysit of lijfwacht en zijn ze infiltrant. We zien ze op elke mogelijke fronten, in een duikboot of in de lucht. Geen enkel idee te vergezocht maar telkens met een historische achtergrond.


Album 59: De vier evangelisten.

Al de elementen van bovenstaande bespreking zitten in dit nieuwe album. Ook nu weer worden Blutch en Chesterfield op een waanzinnige missie gestuurd: verkleed als priester en dorpsgek moeten ze de vier kanonnen van de zuidelijken zien te vernietigen zodat generaal Alexander de bergtop kan veroveren. Jammer genoeg herkent Kakkerlak de twee noordelijke soldaten.

Pendleton.
De vier kannonnen staan onder bevel van kapitein Pendleton die voordien priester was. Hij doopte zijn kanonnen: Marcus, Lucas, Matteus en Johannes. De vier evangelisten. Hier zitten de historische feiten:

  • William N. Pendleton was eerst priester voordat hij dienst nam bij het leger van de Confederatie (zuidelijken). Hij eindigde als Brigadier General
  • Als kapitein had hij het bevel over de vier kanonnen batterij de Rockbridge Artillery.
  • Daar noemde hij zijn kanonnen: Marcus, Lucas, Matteus en Johannes.
Pendleton in het album.
De vier evangelisten, p. 5
Een klein puntje van kritiek; op de eerste pagina waar we Pendleton tegenkomen is de lay-out van de panelen niet ideaal. Zo danig dat het wel lijkt op een beginnersfout. 
Op deze pagina worden we met behulp van twee dikke zwarte lijnen geholpen om te bepalen wat de goede leesrichting is. Dit is een ernstige fout tegen de flow van het verhaal. Dit haalt de lezer uit zijn concentratie. 
We eindigen aan de linkerkant van de pagina, terwijl we aan de rechterkant verder moeten naar pagina 6. Ideaal bezien zou het grote paneel aan de linker kant moeten staan en de twee kleinere aan de rechterkant zodat ons oog een vloeiende beweging maakt. 
De lay-out zoals ze nu is, is een praktische oplossing, maar niet ideaal voor de lezer. 






De blauwbloezen is ook nu weer een geslaagde mengeling van avontuur en humor. Door het opzoekwerk van Cauvin en Lambil is elke pagina helder. Het resultaat is ook nu weer van hoog niveau. 

Boekgegevens:
Raoul Cauvin en Willy Lambil, De Blauwbloezen 59: De vier evangelisten, Dupuis, ISBN 9789031433964 (6,50) 

















Officiële website van De Blauwbloezen: http://www.lestuniquesbleues.com/
EJ

dinsdag 3 november 2015

Asterix en de namen.




De ingrediënten van de avonturen van Asterix zijn vrij eenvoudig: een betrouwbaar beeld van de Romeinse oudheid, rond 50 v. Chr., op een speelse en humoristische manier presenteren. Zowel jong als oud kunnen deze humor waarderen.
Omdat ieder album op zichzelf staat is het eenvoudig om als nieuwe lezer in de reeks te komen. Je mist geen essentiële verhaallijnen als je niet bij het eerste nummer begint.
Dit artikel geeft u een diepere kijk in de wereld van Asterix zodat u de albums met een andere bril kan bekijken en wie weet met meer plezier.

Geschiedenis van Asterix.


Het eerste verhaa, Astérix le Gaulois (1959), verscheen in afleveringen in Pilote. Pilote werd in 1959 door Uderzo, Goscinny en de Belgische stripkunstenaar Jean-Michel Charlier opgericht. 
In 1961 verscheen het gelijknamige album van Asterix met een oplage van 6000, allemaal uitverkocht.
Een jaar later verscheen het tweede album en had een verkoop van 20 000 albums. De verkoopcijfers bleven stijgen. Van het negende album werden er op twee dagen tijd zo'n ,2 miljoen albums verkocht. 

Pilote domineerde lange tijd de markt in Frankrijk, vooral met het succes van Asterix. Dit striptijdschrift introduceerde veel van de grote namen uitde Franse en Belgische stripgeschiedenis zoals Jijé, Morris, Tardi, Giraud, Enki Bilal en ook internationale namen als Hugo Pratt en Robert Crumb. Het laatste reguliere nummer verscheen in 1989. Af en toe verschijnen er nog speciale nummers van Pilote. 

In de gouden jaren van Asterix maakte Goscinny de scenario’s en Uderzo de tekeningen. Na het overlijden van Goscinny (1977) ging Uderzo alleen verder. Asterix is één van de populairste strips in de wereld en is vertaald in meer dan 100 talen. In 2013 verscheen het eerste album dat door een ander team gemaakt is: Atserix bij de Picten. Het scenario is van Jean Yves-Ferri en de tekeningen door Didier Conrad.


Het verhaal en de hoofdpersonages.

"Zo'n 2000 jaar geleden van heel Gallië bezet door soldaten van de Romeinse veldheer Julius Caesar. Héél Gallië? Nee, een klein dorp bleef dapper weerstand bieden aan de overheerser en maakte het leven van de Romeinen in de omringende legerplaatsen bepaald niet gemakkelijk..."
Obelix
Asterix is de held van het verhaal en samen met zijn beste vriend Obelix (en vanaf album 5 ook Idefix) maken ze, voor verschillende doeleinden, reizen door het Romeinse Rijk.

dat al de namen van de Galliërs eindigen op -ix heeft een historische reden: de Gallische leider Vercingetorix, die tegen Caesar streed.
De naam Asterix komt van astérisque (asterisk): * of sterretje. Dit kan duiden op de rol van Asterix: de ster van de reeks.
Het teken werd gebruikt achter een woord om op een voetnoot te duiden. Asterix is dus een voetnoot in de algemene wereldgeschiedenis.
Obelix komt dan weer van de lange smalle Egyptische kolommen obelisken. Of van het leesteken obelus (obèle in het Frans). 
Dit is een kruisvormig teken en is eveneens te gebruiken als voetnootteken als er al een asterisk op de pagina staat. 
Een obelisk komt dus na een asterisk, net zoals Obelix na Asterix komt. Samen vormen zij ster en kruis

Andere namen die in alle albums voorkomen zijn:
  • Het stamhoofd Abraracourcix: De Franse naam komt van ‘(se frapper) à bras raccourcis’, wat zo veel betekend als vechten met verkorte armen. Wat een Frans spreekwoord voor ‘uit alle macht’. In de nieuwe vertaling (2002) heet hij Heroïx. In het Duits heet hij Majestix en in het Engels Vitalstatistix
  • De bard Assurancetourix: komt van ‘assurance tous risques’: een allriskverzekering. Sinds 2002 heet hij in het Nederlands Kakofonix, wat komt van kakofonie.
  • De druïde Panoramix is de oudste en wijste van het dorp. Zijn naam komt van: Panorama (Grieks: παν (pan) = alles, ὁραμα (horama) = schouwspel). Zijn naam kunnen we dus bekijken als breed kijken en alles zien. In het Duits heet hij Miraculix.
  • Het hondje Idefix: komt van idée fixe, een terugkerende gedachte.

Voorbeelden uit albums.


Album 1: Asterix de Galliër.
  • In het eerste album woont Panoramix nog in een grot buiten het dorp (p. 8).
  • Op pagina 11, paneel 4 zegt de Romeinse soldaat 'Quo vado?...' Dit is een variant van quo vadis? (Waar ga je naartoe?). Dit zei Petrus tegen Jezus en werd pas echt bekend wanneer het een titel werd van de roman van Sienkiewicz (en won hiermee de Nobelprijs). Deze roman werd in 1951 verfilmd. 
  • Op pagina 15 maakt de smid Hoefnix zijn debuut. Al ziet hij er helemaal anders uit. Pas vanaf Asterix en de Noormannen (1967) krijgt hij zijn officiële look.
  • Op pagina 19, paneel 3, zien we dat Uderzo ook experimenteerde met de kaders: door het neerkomen van de steen trilt heel het paneel.
  • In dit album mag Assurancetourix nog wel mee aan het banket aansluiten.

Enkele namen uit het album:
  • Marcus Sacapus: sac à puces (vlooienbaal) - in de nieuwe vertaling M. Gripus. (p. 9)
  • Marchéopus: marché aux puces (vlooienmarkt) - oude vertaling: Caius Velox (= snel in het latijn): de collega soldaat zegt tegen Gaius Velox: 'G-g-goed... maar vlug dan, Caius Velox' In de nieuwe vertaling: Gaius Nogalwidus. (p. 28)

Album 5: Asterix en de Ronde van Gallië. 

Voor het eerst zien we de bezigheid van de Romeinse soldaten in één van de omringende kampen (Grootmocum: oorspronkelijk Petibonum): ze slapen, dobbelen, doen de was... Waarom? Omdat ze toch altijd verliezen tegen 'het dorp'. In de latere albums zal dit nog meer overdreven voorkomen.
    Idefix
  • Op pagina 6 (plaat 1) zien we een historische fout: Asterix is aardappelen aan het schillen. De aardappel is pas na 1492 in Europa bekend. 
  • Pagina 7, plaat 1: de Romeinse soldaten en Galliërs roepen hier in het Frans: Par Jupiter! par Toutalis! en par pitié!  wat in de nieuwe vertaling vertaalt is als: Ai! Bij Jupiter! Ah! Bij Toutalis! Au! Bij voorbaat.
  • Op pagina 13, plaat 8: het debuut van Idefix! De lezers waren heel enthousiast over het hondje, dat toen nog geen naam had. Goscinny en Uderzo organiseerden een wedstrijd om het hondje een naam te geven. Het werd Idéfix.
  • Het logo op de postwagen van de Romeinen is dat van het voormalige Franse bedrijf PTT (Poste, télégraphes et téléphones), tegenwoordig: La Poste en France Télécom. Het logo zit ook in de nieuwste Asterix (36: De papyrus van Caesar, p, 16, paneel 4). Alleen zijn de kleuren anders. 

Enkele namen:

  • Flavia Faimoiducuscus: fais-moi du couscous (maak couscous voor mij) - in de oude vertaling: Flavia Tortellus, en in de versie van 2015 is de familienaam gewoon verdwenen.
  • Petitlarus Milexcus: Petite Larousse (bekend Frans woordenboek) - in de versie van 2015: Plusminus
  • Quatrédeusix: 4+2=6 - in de nieuwe versie: Salamitactix
  • De prefect van Lugdunum Judascus (pagina 24, paneel 9): Judaskus. In het Frans heet hij Encorutilfaluquejelesus: encure eût-il fallu je l'ai su (opnieuw had het weinig gescheeld of ik had het geweten)
  • Op pagina 44, paneel 3 zien we een nieuwe piraat: Erix. Hij is een karikatuur van Eric, zoon van Roodbaard uit de strips van Charlier en Hubinon.

Album 8: Asterix en de Britten.


In 1966 verschenen drie nieuwe Asterix-albums. Eerst was De Kampioen, in de herfst de Britten en daarna Asterix en de Noormannen. Nu was het de beurt aan de Britten, na de Duitsers en de Egyptenaren. Bijna elke pagina van dit album is een parodie. In 2012 werd het album verfilmd als Asterix & Obelix bij de Britten.
Enkele parodieën:

  • taalgebruik.
  • onderkoelde gentlemen's behaviour.
  • beroerde keuken: everzwijn in muntsaus? Rare jongens die Britten!
  • lauwe bier.
  • het weer: regen en mistig.
  • darts in elke kroeg.
  • passie voor tuinen en rugby...
    Passie voor tuinen.
Notax, de neef van Asterix, is een befaamd roeier uit de stam der Cambridgos: uit Cambridge, ook vandaag nog beroemd om de roeiers.
Op pagina 19, paneel 10 zijn de barden die optreden de karikaturen van The Beatles.
The Beatles.
Enkele namen:

  • Zebigbos: the big boss op z'n Frans uitgesproken. In de nieuwe vertaling: Debikbos.
  • Claudius Lapsus: lapsus (een uitglijder, vergissing). In de nieuwe vertaling Claudius Lazarus. De Romein is mee aan het uitzoeken welke ton wijn er met toverdrank gevuld is. Hij heeft al enkele tonnen leeg en is dus zat (lazarus gedronken).

Album 35: Asterix bij de Picten.


Het eerste album van de nieuwe scenarist Jean-Yves Ferri en tekenaar Didier Conrad. Hoewel Uderzo zich nog flink bemoeide met het nieuwe album. Zeker de tekenaar werd geregeld bijgestuurd.
Hoewel Conrad dicht bij de oorspronkelijke Asterix-stijl blijft  en heel wat details in de panelen te ontdekken valt is het voor een geoefend oog zichtbaar dat er een nieuwe tekenaar is.
De scenarist is trouw gebleven aan het leven in het dorp zoals we het kennen:

  • commentaar op de vis van Kostunrix, vooral door Hoefnix.
  • de schilddragers hebben het moeilijk
  • het gezang van Kakofonix wordt niet gewaardeerd. 
  • woordenwisseling tussen Heroix en zijn vrouw Bellefleur
  • Obelix reageert overgevoelig als ze hem dik noemen.
  • Asterix en Obelix maken ruzie, maar blijven de beste vrienden.
  • ...
Details in het album:

Het verhaal begint wanneer het winter is in het dorp. Er is maar één ander verhaal waar dit voorvalt: Asterix en Cleopatra
Een tip op de eerste druk in het Nederlands te herkennen: de tekstballon van de dame bij Kostunrix (Bellefleur?) is per ongeluk leeg gebleven. 
In hetzelfde paneel zijn de kinderen een sneeuwpop aan het maken en verklapt er één dat het Caesar moet worden. In paneel 4 heeft de sneeuwpop een lauwerkrans gekregen. 
Over de identiteit van de bevroren vreemdeling is heel wat speculatie. Obelix doet als suggestie Tatoeareg omdat hij tatoeages heeft. Het woord is een speling met Toeareg en tatoeage.
Wat ik zelf minder geslaagd vind is het toelaten van de Romeinse ambtenaar voor een volkstelling. Het dorp tolereert de man, maar maken hem het werk niet echt gemakkelijk. In vorige albums maken ze zulke buitenstaanders goed duidelijk dat het dorp niet bij het Romeinse Rijk hoort. 
Wanneer Asterix en Obelix vertrekken wil Obelix wel een menhir meenemen maar Idefix niet. Vreemd!
Hoe noemen we de tekeningen die de Picten maken? Pictogrammen (p. 20, paneel 4).
Op pagina 21 (paneel 1) zegt MacAdam: "... onze beroemde grousse...": grouse is een korhoen, typisch voor Schotland en Famous Grouse is een Schotse whisky.
MacAdam spreekt over de grouse.
Op het einde van het album is de Pictengekte in het dorp nog altijd niet over: de steen met tekeningen, Nestorix die zich heeft laten tatoeëren. Hoefnix die de speciale helm cadeau krijgt van Obelix en tijdens het slotbanket nog altijd draagt.
Heroix heeft zich intussen een ATS aangeschaft: een All Terrain Schild. Hij heeft wielen onder zijn schild laten zetten. Dit is een woordspeling met ATV: all terrain vehicles. 

Enkele namen:
  • MacAdam: macadam, de wegverharding uitgevonden door de Schot John McAdam. In het Frans heet hij Mac Oloch: collocataire (medehuurder).
  • De grote slechterik: MacAbbeh (maccabée: lijk of kadaver) heet bij ons MacAber: macaber. Deze naam past goed bij zijn rol. Zijn groene huidskleur komt van de naambetekenis in het Frans.
  • Mac Lop: ma clope (mijn peukje) - In het Nederlands: Mac Ymesserh.
  • Mac Mini: de kleine Apple pc uit 2005.
  • Mac Ramp: ma crampe (mijn kramp) - MacChiato.
  • Mac Reese: ma crise (mijn crisis) - MacArpool (my carpool).
  • Ouiskix: whiskey - Wiskix.

Welke namen komen er in de nieuwste Asterix voor? Ik hoop dat bij deze korte uiteenzetting het lezen van de Asterix-albums een nieuwe ervaring wordt en u zo zelf namen en verwijzingen kan ontdekken.

EJ