zondag 31 mei 2020

Deel 1 De grondbeginselen van de comicologie. 1: Over het wezen van de strip

Comicologie (uit het Engels comic “strip” en het Grieks lógos "leer") is de leer van de strip en beeldverhaal. Comicologie wordt gerekend tot de kunstwetenschap.

Comicoloog: de comicoloog zelfst.naamw. (m.) Verbuigingen: comicologen (meerv.), de comicologe zelfst.naamw. (v.) Beoefenaar van de studie van de strip en het beeldverhaal.

Beoefenaar van de comicologie.


I

Over het wezen van de strip.

Om te weten wat een strip is moeten we de essentiële elementen van de strip ontleden. De strip is een cultureel object. Een levend organisme[1] dat zich ontwikkelt, verandert en een bepaald doel heeft. De elementen van de strip zijn niet statisch. De strip is niet enkel een medium, maar een manier van lezen. Een manier om een verhaal te beleven en vertellen. De strip is boven alles, een vertelling, een verhaal van begin tot eind.

Tijdens het Comic Festival in Lucca van 1989 heeft een team van specialisten bepaald dat de geboortedatum van de strip 1896 is[2]. In 1896, meer bepaald op zondag 25 oktober van dat jaar, kwamen er in The Yellow Kid van Richard F. Outcault voor het eerst tekstballonnen voor. Voor het team van 1989 was de tekstballon het essentiële element om van een strip te spreken.

Over The Yellow Kid van Richard F. Outcault wordt daarom gezegd dat het de eerste echte strip[3] is. Het verhaal verscheen voor het eerst in 1895 in de New York World van Joseph Pulitzer en later bij diens rivaal William Randolph Hearst (New York Journal). De twee waren in een hevige competitiestrijd verwikkeld en de strip van Outcault bleek een belangrijk element te zijn in deze strijd.

We moeten er wel rekening mee houden dat deze bepalende voorwaarde werd vastgelegd in 1989. De keuze voor Outcaults strip van 1896 als referentiepunt maakt van Amerika de geboorteplaats van de moderne strip. Met de vermoedelijke bijbedoeling dat men van 1996 een speciaal jubileumjaar kon maken: 100 jaar strip! Dat hiermee Amerika de geboorteplaats werd, was ook mooi meegenomen.

De tekstballon is een belangrijk element in de strip, maar niet de bindende factor. Het gebruik van tekstballonnen bestaat al langer, bijvoorbeeld in politieke cartoons uit de 18de eeuw.

We hebben al twee elementen van de strip: tekstballon (woord) en verhaal. Tekstballonnen en woorden zijn niet de bindende factor, niet alle strips hebben deze elementen als kenmerken. Het is mogelijk om verhalen te vertellen zonder woorden. Als we de aanwezigheid van tekstballonnen het essentiële element maken sluiten we al de woordloze strips uit. Wat alle strips gemeenschappelijk hebben, is dat ze een verhaal brengen.

Om te beginnen diepen we uit wat alle strips gemeen hebben: verhaal en beeld. De strip is een vorm binnen de storytelling art. Storytelling art is het begin van de kunst en daarmee een essentieel element in de definitie van kunst. Elke kunstvorm vertelt een verhaal op zijn eigen manier. Kunst ontstaat vanuit een verlangen. Het verlangen van de kunstenaar een idee en/of visie te uiten. Een beeldhouwer probeert in een tastbare vorm een verhaal te boetseren. Schilderkunst, beeldhouwkunst en tekenkunst zijn vormen van storytelling art. Een modernere vorm is film. Wat laatstgenoemde kunstvormen gemeen hebben met de strip is dat ze gebruik maken van beelden.

Hier past de term die we bij Will Eisner tegenkomen: graphic storytelling[4].

Een danser vertelt een verhaal aan de hand van choreografie, een muzikant via noten, tonen en klanken gecombineerd met een songtekst, en een dichter via woorden. Al deze kunstvormen maken gebruik van dezelfde principes.

Het tweede bindende element, naast het vertellen van een verhaal, is het gebruik van beelden. De beelden in de strip zijn veelal getekend, maar tegenwoordig worden ze ook steeds vaker geschilderd of gerealiseerd in mixed media tot volledig digitaal. De strip is een discipline binnen de beeldende kunsten.

Eén afbeelding is echter niet voldoende om van een strip te spreken[5]. Eén afbeelding (realistisch schilderij of gestileerde cartoon) beelt een bepaalde gebeurtenis af. Om van een strip te spreken moet er een sequentie aanwezig zijn. Er moet een actie in zitten. Een actie in de strip is een sequentie van daden en gebeurtenissen. Ivan Brunetti definieert strip als een (korte) sequentie van panelen[6].

Voor de strip kunnen we een subcategorie creëren in het genre van storytelling art: de sequentiële kunst[7]. Film en mondeling gebrachte verhalen die we voorbrengen of voorlezen behoren tot deze sequentiële kunst: een verhaal is een vertelling van een opeenvolging van gebeurtenissen. Schilderkunst kan tot de sequentiële kunst behoren.

Uit deze elementen heb ik de volgende definitie kunnen afleiden, naar het origineel van Carl Potts[8]:

Narrative + Art + Sequention = comic

In deze versie heb ik het, bij Potts voorkomende, Sequential Visual Storytelling (SVS) vereenvoudigt tot Sequention. Het eerste element narrative verwijst naar storytelling (verhaal). Art verwijst naar het gebruik van tekeningen, schilderijen of zelfs foto’s. Met andere woorden beeld. Het belang van beelden komt uitgebreid aan bod.

In het volgende hoofdstuk komen de eerste twee aspecten uit de definitie (verhaal en beeld) in detail aan bod. Dan hebben we de essentiële kenmerken toegelicht. Hierna bekijken we een (beknopte) geschiedenis van de strip als combinatie van verhaal en beeld in sequentie.



[1] Vertaling uit de introductie door Tom Spurgeon. Orinineel: Van Lente & Dunlavey, 2012, p. 3.

[2] Gravett, 2013, p. 24.

[3] Van Lente & Dunlavey, 2012, p. 8

[4] De studie van Will Eisner: Graphic storytelling and visual narrative, originele versie uit 1996.

[5] De term strip verwijst al naar dit kenmerk: een strook afbeeldingen waarin een verhaal verteld wordt.

[6] Origineel in het Engels: ‘a short sequence of panels’ (Brunetti, 2011, p. 12).

[7] De term werd voor het eerst gebruikt door Will Eisner in zijn studie Comics and Sequential art (1985).

[8] Potts, 2013, p. 14


Geen opmerkingen:

Een reactie posten