zondag 21 februari 2021

Wondermooi



Zo simpel kan het soms zijn  om een strip te omschrijven, gewoon wondermooi. D
agboek van een maankind is zo'n album. Schrijver Joris Chamblain en tekenaar Anne-Lise Nalin vertellen het ontroerende verhaal over Morgane en Max, een maankind. 

Dit is zo'n strip dat je niet vaak tegenkomt: je moet het gewoon lezen! 


Het album vertelt over de aandoening Xeroderma Pigmentosum (XP), een zeldzame erfelijke huidziekte. Omdat mensen met XP, uv-licht strikt moeten vermijden en vooral 's nacht naar buiten kunnen, worden ze maankinderen genoemd. Blootstelling aan uv-stralen kan tot huidtumoren leiden. 

Aan het begin van het album ontmoeten we Morgane, een meisje van 16, ze is net met haar ouders en haar broertje aangekomen in hun nieuwe huis. Wanneer ze in haar kamer dozen uitpakt, vindt ze toevallig een dagboek achter de radiator. Het werd geschreven door Max, een jongen van zeventien die enkel heel goed beschermt overdag kan buitenkomen.

Hoewel Morgane in het begin van het verhaal nogal slecht gehumeurd was geraakt ze volledig gefascineerd door de jongeman, maar ook erg ontroerd door de beproevingen die hij dagelijks doormaakt. Uiteindelijk zal ze zelfs wat verliefd worden op de schrijver van het dagboek. Ze wil Max hoe dan ook dolgraag ontmoeten. En waar beter van start te gaan als vrijwilliger bij een opvanghuis voor maankinderen.  

Joris Chamblain (Enola, Het dagboek van Cerise en Heksengrietjes) heeft een goed opgebouwd scenario dat onberispelijk en meeslepend is. Het is ontzettend aangenaam om te lezen. De personages zijn vertederend, gevoelig en erg menselijk. 

De tekeningen zijn subliem, fijn, delicaat en met veel aandacht voor details. De kleursfeer is zeer uitgebreid en de blauwachtige tinten van de nacht vormen een tegenwicht tegen zijn warme en zachte kleuren. De tekeningen van Anne-Lise Nalin zijn realistisch in hun cartoonheid.

Dagboek van een maankind is een wondermooie strip die u gelezen moet hebben. Het geeft inzicht in een aandoening waarvan je misschien al weleens gehoord hebt, maar eigenlijk niets van weet. Na het lezen kan je je voorstellen wat een maankind en hun familie doormaakt. 

Na het lezen moest ik denken aan een ontwerp voor ene poster dat ik een tijdje geleden maakte over de maan:  




Boekgegevens:

Chamblain & Nalin, Dagboek van een maankind, Kennes. ISBN: 9789464006216 (€12,95).











Afbeeldingen cover en strook: ⓒ Kennes, 2021. Posters: ⓒArtistieke Bizon, 2020-21.

woensdag 9 september 2020

Op reis met Juliette

 


Juliette in New York is het eerste deel in een nieuwe reeks waarin de titelheldin de lezer op reis neemt. Juliette is een boekenreeks waarin de heldin ons al meenam naar verschillende wereldsteden. In de verstripping van het eerste deel neemt Juliette neemt ons mee naar New York. Deze prachtige uitgave van uitgeverij Kennes is een ideaal reismiddel in deze tijden.

Als u zich de vraag stelt 'welke strip zou ik cadeau kunnen geven?', denk dan zeker aan Juliette in New York.

 

 Ontdek de wereld met Juliette. 

Juliette is 13 jaar en woont in Quebec, haar moeder is een journaliste en neemt haar dochter in de paasvakantie mee naar New York, de stad dat nooit slaapt. Eenmaal in New York ontmoet ze  nieuwe mensen en beleeft ze geweldige avonturen in de stad die nooit slaapt.

Tekenares Émilie Decrock weet het personage sterk in beeld te brengen. Haar leuke illustratieve tekenstijl sluit perfect aan bij de inhoud van deze strip. Het aangename aan de tekenstijl van Émilie Decrock is dat het veelzijdig, kleurrijk,  helder en strak is. In de schattige meisjes van Émilie Decrock kunnen we manga-invloeden waarnemen omgevormd tot haar eigen kleurrijke stijl. 

Juliette in New York is een leerzame en avontuurlijke strip die mikt op een publiek van tienermeisjes. Het personage sluit mooi aan bij dat beoogde publiek. Juliette is een slimme jongedame, vol pit en humor. Deze leuke kinderstrip behandelt thema's als vriendschap, avontuur, moeder-dochterrelaties, liefde en reizen op een vermakelijke wijze.

Tussen het avontuur door krijgt deze lezer informatie over de stad. Dat leerzame karakter van de strip lijkt soms wat overbodig en haalt het je uit het  ritme van het verhaal. Hoewel dit ook kan dienen als welkome afwisseling. Het is ook maar de mening van iemand dat niet binnen het beoogde doelpubliek zit. 

Juliette is een nieuwe reeks van tekenares Émilie Decrock op scenario van Lisette Morival naar de roman van Rose-Line Brasset. In november verschijnt deel 2 die Juliette naar Parijs brengt en in deel 3 bezoekt ze Londen.

Boekgegevens:

Émilie Decrock; Lisette Morival naar de roman van Rose-Line Brasset, Juliette 1: In New York, Kennes, ISBN 9789464006124 (€11,90 Hardcover).


















Afbeeldingen: Kennes, 2020


maandag 7 september 2020

Grofgebekte kat

 


"Hou je van katten?" vraagt de aankondiging van Wat een rotkat. Ons antwoord is alvast ja, dus een perfect boekje voor ons. Lapuss' (what's in a name) beschrijft wat er omgaat in het brein van deze viervoeters.

Let op: Gevaar!

En wat hij beschrijft is niet altijd even fraai. Lapuss' kennen we van verschillende parodieën zoals Game of Crowns, Walk of the Dead, Space Wars en van humoristische strips als Minions, Bon chien en Katten, katten en nog eens katten. Humor en dieren dat lijkt het interessegebied van de strip-tekenaar en schrijver uit Charleroi te zijn. 

In Wat een rotkat 1 beschrijft hij grappige situaties uit het dagelijks leven met een kat. Een kat die leeft als een koninklijke klootzak, want hoe goed Lapuss' ook voor zijn kat zorgt, het enige doel van het dier is het leven zijn baasje zo moeilijk mogelijk te maken.

Wat een rotkat 1 is een cartoonboekje op een klein, aangenaam formaat en leest vlot. Je zal je een deuk lachen. De tekeningen zijn schetsmatig en laten genoeg ademruimte. Ook de afwisseling witte pagina met zwarte tekening en omgekeerd is heel knap gedaan.
Het enige minpunt van dit boekje is dat het soms wat te grof is  en dat kan ook afstoten.




Algemeen is Wat een rotkat 1 een leuk boekje dat door zijn hanteerbaar formaat en toegankelijke tekeningen ideaal is voor cadeau te geven aan een andere kattenliefhebber.

Boekgegevens:
Lapuss', Wat een rotkat. Deel 1, Kennes, ISBN 9782380750324




Afbeeldingen: Kennes, 2020.

vrijdag 28 augustus 2020

Welcome to Keyhouse: Locke & Key Nieuws


Locke & Key is één van de betere stripreeksen en sinds begin 2020 ook een Netflix-serie. Nu heeft uitgever IDW grote plannen met de reeks van schrijver Joe Hill(ström King, zoon van Stephen) en tekenaar Gabriel Rodríguez.

 De plannen die IDW heeft zijn grensoverschrijdend, zo heeft hun afdeling IDW Games het plan om een card game uit te brengen onder de naam Shadow of Doubt waarin je als speler de sleutels kan ontdekken.


Van het horror/fantasy meesterwerk gaat IDW nieuwe verhaallijnen uitbrengen en begint in augustus met Locke & Key: ...In Pale Battalions Go... en zal dienen als inleiding voor Hell & Gone

Hell & Gone #0 zal uitkomen in oktober, wanneer In Pale Battalions Go eindigt. Vanaf november zal dan het monumentale tweedelige Locke & Key - The Sandman Universe: Hell & Gone beginnen. U leest het goed, Hell & Gone zal een cross-over worden tussen Locke & Key en The Sandman. Twee absolute meesterwerken van de moderne strip die samenkomen tot één. Wie kijkt hier nu niet naar uit? 

 “If you think you can unlock the gates of Hell and just invite yourself in, you must be dreaming,” 

Is de tagline van de reeks. Hell & Gone zal worden verzorgt door Hill en Rodriguez onder toeziend oog van Neil Gaiman.


In oktober zal IDW ook  Locke & Key; Keyhouse Compendium uitbrengen. Deze massieve 900 pagina's tellende hardcover met de originele reeks. Voor deze integrale heeft Rodríguez originele covertekeningen gemaakt. 







En om volledig te zijn zal in februari 2021 een Spaanse versie van Locke & Key uitkomen: Locke & Key, Vol. 1: Bienvenidos a Lovecraft.​


U kan trouwens ook de sleutels kopen: https://www.idwpublishing.com/product-category/enamel-pins/locke-key-pins/



Beelden: ©️ IDW Publishing en The Sandman van Neil Gaiman, DC Comics.

woensdag 5 augustus 2020

Hoofdstuk 2: Beeld en Sequentiële kunst. Sequentiële kunst. Deel 1

We bekijken even onze definitie van wat  een strip is (zie Over het wezen van de strip): 

Narrative + Art + Sequention = Comic.

In dit deel bekijken we Sequention, sequentiële kunst. Met sequentiële kunst komen we steeds dichter bij de strip zoals we die nu kennen.

Sequentie vinden we overal: één woord is een serie letters naast elkaar. Een zin is een sequentie van woorden. Een verhaal is een sequentie van zinnen. Waardoor een verhaal in se sequentiële kunst is.
Eén muzieknood kan geen compositie zijn. Een compositie is een aaneenschakeling van muzieknoten. Waardoor een compositie een sequentie van muzieknoten is. De lyrics van een nummer is een sequentie van woorden.
Sequentiële kunst is een vertelling van een opeenvolging van gebeurtenissen. Hiervoor moeten deze gebeurtenissen naast elkaar geplaatst worden. In de beeldende kunst worden deze gebeurtenissen getoond aan de hand van beelden. De beelden moeten naast elkaar geplaatst worden, dit noemen we juxtapositie. Deze naast elkaar geplaatste afbeeldingen worden meer dan slechts afbeeldingen, ze worden getransformeerd tot iets ‘hogers’, tot sequentiële kunst, de kunst van de strip. 

De afbeeldingen op de muren van Egyptische tempels en graven vertellen een verhaal aan de hand van opeenvolgende tekeningen. Hetzelfde kunnen we zeggen over het Egyptisch dodenboek. Het bekendste deel van het dodenboek is Wegen van het hart, zoals te zien in het Dodenboek van Hoenefer. Als we verder gaan in de tijd is de Zuil van Trajanus (ingewijd in 113 n. Chr.) een mooi voorbeeld van sequentiële kunst. De zuil werd gebouwd ter ere van Trajanus. De zuil vertelt het verhaal van de Dacische Oorlogen. Het beeldhouwwerk is als een strook rond de zuil gewikkeld en telt maar liefst 114 scènes met in totaal ca. 2500 mensen erop afgebeeld. De keizer zelf komt een 60-tal keer voor. 

Het Tapijt van Bayeux is een voorbeeld van middeleeuwse sequentiële kunst. Het tapijt is een borduurwerk en vertelt het verhaal van de Normandische verovering van de troon van Engeland door Willem de Veroveraar (1066). Het tapijt is 70 meter lang en toont ons o.a. het dagelijks leven in het middeleeuwse Frankrijk en Engeland: gebruiken, wapenuitrusting, eten, kledij… Elke scène heeft een begeleidende tekst. Deze 58 tituli beschrijven wat we zien in elke scène. Het tapijt is een voorbeeld van kunst als middel voor politieke propaganda. 



Wordt vervolgd...

woensdag 22 juli 2020

Hoofdstuk 2: Beeld en Sequentiële kunst. De kracht van beelden. Deel 2

We zijn bezig met het ontleden van beelden aan de hand van volgend schema:

De theorie achter de eenvoudige en basische cartoon is dat we ons gemakkelijker kunnen identificeren met het personages, in tegenstelling tot een foto of een fotorealistische tekening, dan zien we het gezicht van een ander. Een combinatie is Vincent Van Gogh van Barbara Stok in een sterk vereenvoudigde stijl maar het blijft specifiek: het is Vincent Van Gogh en kan niemand anders zijn. Dit noem ik een specifieke cartoon.


De cartoon is een afbeelding die over alle grenzen heen zijn doel bereikt.

De kracht van de cartoon is de herkenbaarheid. Charlie Brown uit Peanuts van Charles Schulz is eenvoudig en toegankelijk getekend en zo creëren we een band met Charlie omdat we er zelf zoveel insteken. De aantrekkingskracht tot de personages is groot en het minimalisme staat in contrast met de complexe en filosofische tekst. De kracht van Kuifje is dat het een universeel personage is. Het gaat over de grenzen van cultuur en leeftijd heen. Iedereen kan zich identificeren met Kuifje. De populariteit van Calvin & Hobbes van Bill Watterson is dat iedereen Calvin kan zijn.

Helemaal aan de rechterkant van de as staan de stereotypen. Een stereotype wordt gedefinieerd als een idee of personage dat is gestandaardiseerd in een conventionele vorm, zonder individualiteit[1]. Het gebruik van stereotypen kan gevaarlijk zijn omdat ze zich laten gebruiken voor bv. propaganda of racisme. Daar zit een kracht van beelden in. Ze kunnen, net als van tekst, gebruikt worden voor eender welk doeleinde, goed of slecht.

De kunst van de strip gebruikt herkenbare reproducties van menselijk gedrag, de tekeningen maken gebruik van de herinneringen aan ervaringen van de lezer om een idee of proces snel te visualiseren. Daarom gebruikt de stripkunstenaar een vereenvoudiging van beelden in herhaalbare symbolen. Dus, stereotypen.

Een stereotype wordt getekend vanuit algemeen aanvaarde fysieke kenmerken geassocieerd met een beroep of de functie van het personage (zie groepen personages). Deze worden iconen en worden deel van de taal van strips of grafische verhalen.

Bekijken we het stereotype van professor:

  • Verstrooid
  • Zeer slim en vindingrijk
  • Vaak slechthorend 
  •  Bijziend (ook professor Barabas heeft een bril)
  •  Bij voorkeur hoge bejaard

Dit zijn overeenkomsten tussen professor Barabas door Willy Vandersteen, Professor Gobelijn door Jef Nys, Professor Farnsworth door Matt Groening en Professor Zonnebloem door Hergé.


Een stereotype werkt het beste bij volkeren met min of meer dezelfde culturele achtergrond. Toch kunnen we een professor herkennen. Er zijn stereotypen die de culturele grenzen overstijgen. Dit is omdat ook het personage van professor een oudere oorsprong heeft: het is een variant van het archetype magiër, wijze of gids (zie structuur van een verhaal en groepen personages). Merlijn is zo een archetype waarop alle grote tovenaars zijn gebaseerd. 
Voorbeelden van de magiër: Perkamentus, Gandalf, Obi-Wan Kenobi, Sinterklaas, Lao Tse, Confucius en Mozes.

Objecten hebben, net als personages, een eigen woordenschat. Bv: zwaarden. Het kromme zwaard doet denken aan piraten = slecht, terwijl het rechte zwaard doet denken aan een ridder= goed. Objecten kunnen de emotionele reactie bij de lezer verhogen. Zo kunnen symbolen van onschuld of vreedzame bedoelingen meer diepte geven dan de vanzelfsprekende weergave van slachtoffers. Een pop, bijvoorbeeld, is een heel duidelijk object van onschuld of vreedzame bedoelingen. Het getuigt niet alleen van de onschuld van de slachtoffers. Door de kracht van deze beelden gaat de lezer de moordenaars veroordelen.

Wordt vervolgd met Deel 2van Hoofdstuk 2: Sequentiële kunst.

[1] Vertaald uit: Eisner, Graphic storytelling and visual narrative, 2008, p. 11. 


donderdag 16 juli 2020

Hoofdstuk 2: Beeld en Sequentiële kunst. De kracht van beelden. Deel 1

We gaan verder met onze definitie: 

Narrative + Art + Sequention = comic

Het eerste deel, Narrative, hebben we deels behandeld in het eerste hoofdstuk. We gaan verder met Art en Sequention: kunst, beeld en sequentie.

Nood: Toen ik dit schreef was de aanslag op Charlie Hebdo actueel. Het blijft een goed voorbeeld. Zie einde van tekst.

De kracht van beelden.

Mensen voelen zich verbonden met de personages in (strip)verhalen. In het deel over de stripgeschiedenis zullen we voorbeelden aanhalen als The Gumps en onze eigen Kiekeboes. Denk ook aan Sherlock Holmes, toen Sir Arthur Conan Doyle de detective liet doodgaan, werd dit onthaald op heel wat protest van de fans. De wisselwerking tussen beeld en verhaal is nergens zo sterk als in de strip. De strip is geen hybride, minderwaardige vorm van literatuur en beeldende kunst. Het is een geslaagde combinatie die haar kracht zowel uit verhaal als beeld haalt. In dit deel ga ik dieper in op de kracht van beelden.

Het schema is van toepassing op alle vormen van de beeldende kunst. De beweging van links (realisme) naar rechts (abstractie) is de beweging doorheen de kunstgeschiedenis. Het vertegenwoordigd de vraag ‘Wat is kunst?’ Is het principe van mimesis noodzakelijk om van kunst te spreken? Volgens Leon Battista Alberti[1] wel. Volgens Alberti moest een schilderij niet te onderscheidden zijn van wat het afbeeldt. Arthur C. Danto heeft dit de albertiaanse geschiedenis genoemd[2]. Laten we zeggen dat deze albertiaanse geschiedenis als heersende eigenschap eindigde bij de abstractie kunst. De albertiaanse geschiedenis is nog niet voorbij want schilderijen en tekeningen naar waarheid worden nog steeds gemaakt en is een belangrijk onderdeel van de opleiding tot kunstenaar.

Sir Gombrich geeft in zijn Story of art het voorbeeld van Picasso’s tekeningen van een Haantje en Kloek met kuikentjes. De tekening van de kloek is waarheidsgetrouw maar het haantje lijkt niets op een haan zoals de mensen in hun tuin hebben. Picasso heeft bewezen dat hij een kip naar waarheid kan tekenen. Maar Picasso was niet tevreden met het uiterlijk zonder meer. Hij wou de strijdlustigheid en brutaliteit[3] van de haan weergeven. Hiervoor greep hij naar een karikatuur.

De karikatuur is het resultaat van de belangstelling die kunstenaars hebben voor expressiviteit en het experimenteren met het afbeelden van gezichten en lichamen. Leonardo da Vinci bracht deze expressiviteit tot extreme hoogte met zijn groteske portretten/karikaturen. Giuseppe Arcimboldo bracht de karikatuur naar fantasie met zijn fruitportretten. William Hogarth bracht de karikatuur naar satire in de politieke cartoons.

De aanslag op Charlie Hebdo van 7 januari 2015 en de protesten/ het geweld tegen de nieuwe uitgave van Charlie Hebdo bewijzen nog maar eens hoe krachtig de cartoon is, net als het wereldwijde geweld tegen de Mohammedcartoons (2005). De cartoon is een middel om te ventileren tegen politieke en maatschappelijke gebeurtenissen. Dit werd al gedaan in het oude Rome: uitspraken vergezeld met tekeningen vinden we op muren van Romeinse archeologische site.

Met de karikatuur en cartoon verschuiven we meer en meer naar de rechterkant van de as.

In de volgende post gaan we verder met de karikatuur en cartoon.

Wordt vervolgd...



[1] Italiaanse kunstenaar en filosoof (1404-1472).

[2] Danto, 2014, p. 18.

[3] Gombrich, 1974, p. 10.