dinsdag 1 maart 2016

Na 70 jaar nog altijd sneller dan zijn schaduw!


Als men het over de Belgische strip heeft, worden in één adem de grote Hergé en zijn wijdverspreide Kuifje genoemd. Maar men vergeet wel eens de even grote en Belgische strip Lucky Luke. Wat nog meer mensen niet weten is dat de bedenker van de cowboy een Vlaming is. Maurice De Bevere, alias Morris, werd geboren in Kortrijk. Lucky Luke is een Belg en zijn bedenker een grootmeester van de strip. Dit jaar viert de lonesome cowboy zijn 70ste verjaardag. De perfecte gelegenheid om een hommage te brengen aan Luke en Morris.
Door Elias Jonkers.

Morris de Stoute en Goscinny de vindingrijke.

Hoewel Maurice, uitgesproken als Morris, werd geboren in Kortrijk (1923) speelde een groot deel van zijn leven zich af in Aalst, waar hij op het Sint-Jozefcollege op internaat zat. De paters droegen toen nog zwarte soutanes. Deze paters stonden model voor de vele lijkbidders in de albums van Lucky Luke. Na zijn middelbaar ging Morris rechten studeren in Leuven. Maar zijn interesse lag toch elders: bij beeldverhaal en film. Morris was een autodidact die al in het college graag tekende, waar hij karikaturen van leraren en medestudenten maakte.
Zijn professionele carrière begon bij de tekenfilmstudio CBA (Compagnie belge d'actualités), waar hij Franquin (Guust Flater) leerde kennen en de twee vrienden werden voor het leven. Morris lag qua vaardigheden voor op Franquin en door de invloed van Morris veranderde de stijl van Franquin van realistisch naar een meer cartoonachtige stijl. Wanneer in 1946 CBA werd gesloten, ging Morris aan de slag bij Dupuis.



Pseudoniem.
Het gebruik van een alias of schuilnaam is een veelvoorkomend verschijnsel onder schrijvers en stripkunstenaars. De redenen om een alias te gebruiken zijn heel divers. Van prestige tot het beschermen van de persoonlijke identiteit. 

Stanley Lieber schreef in 1941 een Captain America verhaal onder Stan Lee. Dit pseudoniem klonk internationaler en later veranderde Stanley zijn naam wettelijk in het pseudoniem. Jack Kirby klinkt ook Amerikaanser dan Jacob Kurtzberg

Een pseudoniem kan verwijzen naar de naam van de auteur zoals bv. bij Marc Sleen (Marcel Neels) of Merho voor Robert Merhottein. Gewoon Merho zal eenvoudiger zijn bij het signeren. 

Een ander fenomeen is het gebruik van de uitspraak van de naam of initialen om tot een pseudoniem te komen: 
- Hergé: Georges Remi = G.R. > R.G. = Hergé.
- Achdé: Hervé Darmenton = initialen H.D.  = Achdé.
- Haes: Hugo Seriese = H.S. = haes.


Het is in dat jaar – en bij die uitgever – dat ons verhaal begint. In december 1946 verschijnt in een nummer van Spirou Arizona 1880 van de hand van Morris. In dit verhaal is de held een cowboy met de naam Lucky Luke. Luke maakte bij de lezers een grote indruk en werd een groot succes.
Lucky Luke werd dan wel een succes, maar Charles Dupuis had zo zijn voorwaarden. Of eigenlijk had de Franse censuurcommissie haar voorwaarden voor alles wat uit het buitenland kwam. En voor Dupuis was Frankrijk een belangrijke afzetmarkt. Hierdoor kreeg je als het ware een soort van dubbel- en zelfcensuur. Morris had veel last van deze censuur bij de uitgever. Het brave was Morris te saai. Het neerknallen van bandieten, drinken en roken hoort nu eenmaal bij het westerngenre.  

Originele versie.
Zo knalt Lucky Luke in het originele verhaal (Vogelvrij, 1954) Bob Dalton door het hoofd. Dat ging Dupuis toch wat te ver en in het definitieve album wordt de dood van Bob buiten beeld gehouden. 

"...Ze hebben me verplicht het einde te veranderen. Het was te bloederig." 
Uiteindelijke versie: Bob valt gewoon in een ton.

Op de laatste plaat van het album Vogelvrij zien we vier de vier graven van de gebroeders Dalton met als opschrift: "Hier liggen de gebroeders Dalton. Gestorven zonder hun laarzen uit te doen. 5 october 1892." Officieel zijn ze niet gestorven door een schietgevecht met onze cowboy. 
detail: graven van de gebroeders Dalton.

Uiteindelijk mocht Lucky Luke zelfs niet roken, niet drinken, prostituees waren niet toegelaten enzovoort. Het zou Morris te veel worden. 
De in Duitsland verschenen bundel, Lucky Luke Gesamtausgabe 10: 1951 - 1954 (2005), kwamen zowel het bloederige als het brave einde aan bod. 

Vanaf 1947 tot 1955 maakte Morris slechts zo’n twee verhalen per jaar. Vanaf het negende nummer, Spoorweg door de prairie, schreef René Goscinny (Astérix) de verhalen. De twee stripkunstenaars hadden elkaar in Amerika ontmoet. Door de inventieve humor van Goscinny en de dynamische tekenstijl van Morris werd Lucky Luke een immens succes. Goscinny had trouwens minder problemen met de censuur. Hij zag dit als een uitdaging om telkens creatieve oplossingen te bedenken. 

Na het overlijden van Goscinny in 1977 kwam er een einde aan het superteam en had Morris drie jaar lang geen goesting om Lucky Luke te tekenen. De zeer vruchtbare samenwerking had 37 verhalen lang geduurd. Daarna nam Morris verschillende tekenaars onder de arm. 

Historisch en geparodieerd.

De Daltons waren geïnspireerd op de Dalton Gang: een bende outlaws die het Wilde Westen onveilig maakten in de jaren 1890. De laatste van deze echte Daltons stierf trouwens in 1937. Maar de echte Daltons waren dus dood en daarom kwam Goscinny met het idee om de neven naar voren te schuiven. 

Een telkens terugkerende verhaallijn is het ontsnappen van de Daltons, waarna ze telkens weer ingerekend worden door Lucky Luke. De moeder van de Daltons, Ma Dalton, is dan weer gebaseerd op Kate ‘Ma’ Barker, de legendarische crimineel in de Public Enemy era (1931-1935) in Amerika.
Dit zijn trouwens niet de enige historische figuren: Billy the Kid, Calamity Jane, Jesse James, Buffalo Bill…
Andere personages hadden het uiterlijk van filmsterren. Dit was omdat zowel Morris als Goscinny enorme filmliefhebbers waren. Zo maken Christopher Lee, Louis de Funes, Alfred Hitchcock en ook Serge Gainsbourg een verschijning in Lucky Luke
Alfred Hitchcock in album De postkoets (1968) als barman.

Door de censuur mochten de albums geen revolvers en doden meer bevatten. Maar een western zonder conflict, vuurgevechten en drank kan toch gewoon niet? Goscinny kwam met de humor af. Lucky Luke is een western gecombineerd met humor en dat is niet veel voorkomend in het genre. Luke bevindt zich vaak in cliché-situaties uit het Wilde Westen waardoor Luky Luke werd gezien als een parodie op het westerngenre.


Een humoristisch element is het paard van Luke: Jolly Jumper. En wat een slim paard is me dat! Hij speelt schaak en heeft een goed gevoel voor humor. Morris tekende graag paarden en dus is Jolly Jumper eigenlijk de held en Luke zijn toevallige berijder. 

De kleurrijke stijl van Morris.

Vroege stijl
In de albums van Hergé, maar ook bijvoorbeeld bij Willy Vandersteen, moesten de kleuren de werkelijkheid braaf nabootsen. Maar Morris gaat daar anders mee om. Hij gebruikt kleur op een meer gevoelsmatige wijze. Zo zijn de personages vaak helemaal rood, de lucht geel, objecten blauw… Maar Morris komt er mee weg want het ziet er allemaal ontzettend goed uit. Is het trouwens iemand al opgevallen dat Lucky Luke de Belgische driekleur draagt?
In het begin was de stijl van Morris ronder en nog meer cartoonesk dan in de latere jaren. Lucky Luke kreeg een iets realistischer uiterlijk, maar bleef nog altijd dat cartoonesk en dynamisch. Morris tekende zijn personages in een vlotte lijn.

Naar een andere uitgever.

Eind 1967 stapt Morris over naar van Spirou (Dupuis) naar uitgever Dargaud (Pilote). De officieuze reden was misschien de strenge censuur bij Dupuis, terwijl men bij Dargaud losser was op dat vlak. De  officiële reden was dat Morris bij Dupuis niet de harde kaft kreeg voor zijn albums en bij Dargaud wel. Het is bij Dargaud dat Lucky Luke zijn bekende slogan krijgt: ‘De man die sneller schiet dan zijn schaduw’. 

Na Morris en de toekomst.

 Morris stierf in 2001 en de reeks werd voortgezet door de Fransman Achdé, Hervé Darmenton, met de scenario’s van Laurent Gerra. Later werden ook scenario’s gebruikt van Daniel Pennac, Jascues Pessis en Tonino Benacquista. Voor het zevende album in de nieuwe reeks, De Avonturen van Lucky Luke naar Morris, staat Jul paraat als scenarist. Jul greep eerder net naast de keuze als nieuwe scenarist voor Astérix.  Wat we kunnen leren van het werk van Achdé is dat hij een trouwe leerling is van de oude meester Morris. Hij imiteert zijn stijl op een ontzettend goede wijze. 

In 2011 begon Achdé met de spin-off De avonturen van Kid Lucky. Deze albums bevatten vooral korte gags rond de kindertijd van Lucky Luke.
Naast de strips had Lucky Luke ook een leven op het witte doek. In 1983 verscheen de tekenfilmserie bij Hanna-Barbera. In 2001 verschenen De nieuwe avonturen van Lucky Luke, in 52 afleveringen. En in 2009 verscheen een serie rond De Daltons. In totaal kwamen er vier animatiefilms uit en ook een aantal videogames.
Ook de live-action films konden niet achter blijven. In de jaren 1990 verschenen er twee film met Terence Hill als Lucky Luke, opgevolgd door een serie. In 2004 verscheen de film Les Daltons, met Til Schweiger als Lucky Luke en in 2009 ging in Frankrijk opnieuw een Lucky Luke-film in première met Jean Dujardin als Luke.

Cover album van Bonhomme.
Omdat 2016 het feestjaar is voor Lucky Luke, staat er heel wat op de planning. In juni verschijnt het eerste hommagealbum L' Homme Qui Tua Lucky Luke van Mathieu Bonhomme (o.a. Esteban). Deze one-shot is meer volwassen dan de komische albums van Morris.
Het tweede hommagealbum staat gepland voor november en zal terug in de komische sfeer zijn. Dit album is van de hand van Guillaume Bouzard. Beide albums zullen in het Nederlands bij Ballon media verschijnen, al is het nog afwachten voor een juiste publicatiedatum.

In het Comics Station Antwerp zal Lucky Luke een hoofdrol spelen en ook op de Boekenbeurs is er een plekje gereserveerd voor de cowboy en zal er een grote Lucky Luke in Lego aanwezig zijn.
In Angoulême zal er tot eind augustus een tentoonstelling rond Lucky Luke en Morris plaatsvinden. Ter gelegenheid van deze expo heeft Dargaud een 312 pagina's tellende catalogus, L'art de Morris, uitgegeven met reproducties van originele platen van Morris. Dit artbook, in december 2015 verschenen, is momenteel alleen in het Frans te verkrijgen.
In Frankrijk, Duitsland, Italië en België mogen we speciale albumcollecties verwachten. In november geeft Spirou een Lucky Luke-special uit. Dupuis zal een integrale met alle verhalen en achtergronddossier uitgeven in november.

Lucky Luke is één van de meest succesvolle Belgische strips in de geschiedenis. Maar het wordt vaak vergeten als Belgische strip. Dit komt grotendeels doordat het verhaal zich in Amerika afspeelt. Kuifje, Kiekeboe, Suske en Wiske en Jommeke spelen zich ook vaak op verre locaties af maar beginnen altijd in België of Vlaanderen. Na hun avonturen keren de helden ook altijd terug naar de heimat. Bij Lucky Luke heb je geen verbondenheid met het land. Een ander aspect is dat de scenaristen Fransmannen zijn en de afzetmarkt meer naar Frankrijk toe gericht was dan naar het Nederlandse taalgebied.
Toch is Lucky Luke één van de pareltjes van de Belgische strips die niet moet onderdoen voor Kuifje, Suske en Wiske en De Kiekeboes.

De poor lonesome cowboy is, gelukkig, nog lang niet uitgezongen. En net zoals Lucky Luke de verre horizon tegemoet rijdt, kijken wij uit naar wat de toekomst brengt voor deze populaire cowboy. 


 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen