woensdag 16 maart 2016

Roofdieren eten...

Het historische tweeluik De Roofdierenclub bij Casterman begon al sterk met deel 1 De boeman. De setting van dit donkere verhaal is victoriaans Londen. Een duister Londen dat heel wat geheimen verbergt. Dickens is in vergelijking met scenariste Valérie Mangin (o.a. Alex Senator) een watje. Wat hij niet durfde, vertelt Mangin in dit verrassende en duistere tweeluik.
Door Elias Jonkers.

Het verhaal speelt zich af in Londen, 1865. Het is een tijdperk van grote tegengestelden: de rijken genieten in hun clubs terwijl de kinderen van de armen gevaarlijk werk doen in hun fabrieken. De mensen gaan voor hun vermaak kijken naar de terechtstelling van een jong meisje dat slachtafval had gestolen om toch maar iets te eten.
Wat doen ze met het lijk? Een dokter gebruikt het in zijn colleges aan de universiteit om de inferioriteit van de armen te bewijzen. Ook de priester ziet niet wat er fout is aan het terechtstellen van het meisje. Toch is de terechtstelling van het meisje slechts een detail in het verhaal, een manier om de hoofdrolspelers aan de lezer voor te stellen en een sfeer te scheppen. 

Het is op dat plein dat Elizabeth Shepherd en Jack elkaar ontmoeten. Elizabeth is de dochter en enig kind van Charles Shepherd, eigenaar van Shepherd Cotton Mill. Jack is een straatjongen en wees die zich voordoet als schoorsteenveger. 
In het begin lijkt deze historische strip een verhaal van Dickens. Het verschil tussen rijk en arm. Tussen de mensen die elke dag een gevecht leveren om te overleven en noodgedwongen hun kinderen in de fabriek moeten laten werken. Terwijl de rijken alles in de schoot geworpen krijgen, gewoon omdat ze het geluk hebben in de juiste familie geboren te worden. Daar zit ook de minachting van Jack voor Elizabeth. Jack heeft een harder leven dan Elizabeth en zij maakt zich zorgen om kleine dingen. Maar dat kantelt in de loop van het verhaal.

Maar het verhaal gaat verder dan dat. De arme kinderen hebben het over de boeman. Elizabeth gelooft niet in de boeman maar ook Jack blijkt in hem te geloven. En daar heeft hij een goede reden voor: de boeman heeft zijn vader vermoord. Al zegt de Bobby dat de vader van Jack weggelopen is. 
Vermoord of weggelopen? Het lijkt in eerste instantie een verhaal over de zoektocht van Jack naar de waarheid. En dat blijft het ook wel want Jack wil kost wat kost bewijzen dat de boeman bestaat.
En niet als een mythisch wezen dat stoute kinderen komt halen maar wel als een moordenaar en dus als gewone man.

Maar wie zou nu een arme straatjongen geloven, of zijn vriend Peter uit de armenbuurt? Nee, ze moeten Elizabeth doen geloven dat de boeman bestaat. En hoe gaan ze dat doen? Door haar naar de schuilplaats van de boeman te lokken.
En wat ze daar ziet zal haar voor altijd veranderen. Het is een shock die het arme, onschuldige meisje niet snel zal vergeten.

Het verhaal zal choqueren en de tekenaar, Steven Dupré, heeft dat zeer doeltreffend weten vast te leggen in zijn realistische tekeningen. Al hebben de mensen soms wat te grote ogen om realistisch te zijn en zijn de gelaatsuitdrukkingen soms wat te statisch. Zoals op het moment dat Elizabeth het geheim van de boeman ontdekt: haar gezichtsuitdrukking blijft dat van een lief meisje. Op het einde van het verhaal is het al beter. Sommige gezichtsuitdrukkingen zijn wel treffend weergegeven. 

Oorspronkelijk wou Dupré zijn tekeningen doen aanleunen bij de stijl van de gravures uit de victoriaanse tijd. Dat was tijdrovend zegt hij zelf, al dat arceren. Dat deed hij eerst met penseel, later met pen. Normaal werkt Dupré zonder al te veel voorbereidingen maar dat verliep bij deze tweeluik even anders. Hier moest hij werken met storyboards. 
Naar eigen zeggen tekent hij ook liever natuurlandschappen en houdt hij niet van steden. Maar zoals een goed tekenaar betaamt past hij zich aan en stelt hij zich ten dienste van het verhaal. 
De smerige steegjes heeft hij alvast sterk weergegeven. Net als het choquerende tafereel op het einde van het album.

Steven Dupré werkt graag in een historische setting omdat hij dan niet te veel gladde, technische zaken moet tekenen. Maar hij is ook geen historicus, dus fanatiek onderzoek zodat alles zo authentiek mogelijk is, zit er bij hem niet in. Als iets decoratief interessant is, gebruikt hij het ook gewoon. Al heeft hij zich voor dit tweeluik voorbereid door films en series die zich afspelen in de victoriaanse periode te kijken. En daar heeft het album ook wel wat van weg. 

Voor het duistere scenario van Valérie Mangin is Steven Dupré de perfecte keuze om het in beeld te brengen. Hij weet het effect van het verhaal heel treffend over te brengen op de lezer. U zal versteld staan over de wending die het verhaal neemt. U zal, net als Elizabeth, gechoqueerd zijn. Maar u zal er geen spijt van hebben dit verhaal te lezen.

Om even de zin in de titel aan te vullen:... vlees.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen