Posts tonen met het label Genres in strips. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Genres in strips. Alle posts tonen

donderdag 16 juli 2020

Hoofdstuk 1: Intermezzo. Genre, thema en functie van verhalen.

In dit deel bekijken we het genre, thema en de functie van verhalen. Wat is nu juist een genre? En wat is het verschil met het thema van een verhaal? 
Na dit intermezzo gaan we verder met Hoofdstuk 2 van het eerste deel (Over het wezen van de strip).

Genre en thema van verhalen.


Een genre is een structurele kwestie, terwijl het thema een inhoudelijke kwestie is. Het thema is het antwoord op de vraag ‘Waar gaat het over?’. Een genre is een categorie en een thema een onderwerp. Liefde kan een thema zijn. Liefde kan zich afspelen binnen het genre van historische verhalen: bv. het verhaal van een koning en zijn koningin.

Sommige genres zijn ook thema’s: een oorlog kan zich afspelen in de toekomst (SF) en in het verleden (historisch) en natuurlijk ook in het heden. In deze verschillende tijdsindelingen kan de nadruk sterk verschillen. 

Een genre (genus – groep) is een manier om verhalen te classificeren. Volgens Aristoteles waren er slecht twee genres: het verhalende en het dramatische. Vandaag de dag bestaan er veel meer genres. Elk genre heeft zijn eigen kenmerken op vlak van character types, omgeving en narratief patroon.

Bij strips komen bij deze kenmerken nog een de beeldconventies bij. Elk genre vraagt om zijn eigen stijl van tekenen. Zo zal een sciencefiction verhaal eerder, maar niet uitsluitend, een realistische tekenstijl vragen. Verhalen die zich in het hier en nu afspelen, in onze realiteit, kunnen een verdere vorm van abstrahering verdragen omdat het verhaal niet vreemd aanvoelt, het is herkenbaar. Elke nieuw genre is een mogelijkheid binnen de wereld van de strip, net als elke mogelijke mengvorm.

Mengvormen vinden we vooral in het genre van superhelden. De genres komen over het algemeen overeen met de genres binnen de literatuur en de onderverdelingen in bibliotheken. Om genres te onderscheiden kijken we naar structurele elementen binnen een verhaal (structuur van een verhaal).

Veel voorkomende genres die ook terug te vinden zijn in bibliotheken:

Biografie of autobiografie

Griezel

Psychologisch

Spanning en avontuur

Zeeverhaal

Detective

Historisch

Romantisch

Sprookjes

 

Dieren

Humor

Sciencefiction

Waargebeurd

 

Erotiek

Oorlog

Sociaal/politiek

Western

 

 In het tweede deel van dit boek gaan we verschillende genres in detail bekijken. 

Functie van verhalen.

De functie hangt af van het genre: bv. een biografie heeft de functie om te informeren en daarna om te entertainen.

Functies:

 

Genre:

Levensbeschouwelijk

Religie, expressie

Sociaal, (auto)biografie, historisch, waargebeurd, psychologisch

Esthetisch

 

 

Politiek

Status, protest

Sociaal/politiek, (auto)biografie

Economisch

Reclame, werk

 

Educatief

Opvoeding, informatief, reflectie

(auto)biografie, historisch, oorlog, romantisch, waargebeurd

Vermaak

Amusement

Detective, Erotiek, Griezel, Humor, Romantisch, SF, Spanning en avontuur, Spoorkjes, Western, Zeeverhaal

Als we de functie van een verhaal willen bepalen is het handig om een antwoord op de volgende vragen te stellen: kan ik het werk in schoolverband gebruiken? Kan ik er een abstract begrip mee uitleggen?

De reeks De reizen van Alex kan gebruikt worden in schoolverband tijdens het vak geschiedenis. De informatie in deze albums is waar.

De reeks Historische personages/Alex presenteert - Historische personages zit in dezelfde lijn. De functie is bij deze reeksen informatief (educatief). Het geeft nadere toelichting bij de avonturen van Alex. De nieuwste reeks Historische personages gaat verder dan de tijd van Alex: Napoleon. 

Een ander voorbeeld is Egon Schiele: leven en sterven van Xavier Coste. Het is een biografisch verhaal over de kunstenaar. De graphic novel bevat biografische informatie in tekst naast het getekend verhaal. De functie is educatief. Bij beide voorbeelden is het amusement een bijkomende functie.


donderdag 30 juli 2015

Genres in strips: Teen humor.

Naast het superheldengenre is teen humor één van de weinige constante genres. Het personage dat dit genre zijn populariteit gaf is Archie Andrews. Archie debuteerde in 1942 als een back-up in Pep Comics #22. John Goldwater, de J in MLJ Publishing, kwam met de vraag waarom strips altijd over superhelden moeten gaan. Tekenaar Bob Montana creëerde Archie vanuit zijn eigen schoolervaringen. Door het succes van Archie in Pep Comics, kreeg Montana de opdracht Archie #1 (1942) te tekenen.

Het idee rond Archie was het gebruiken van de grappige situaties bij coming of age-beproevingen. De sociale groep teenagers kwam op in de eerste helft van de 20ste eeuw. Wanneer Archie in de jaren 1940 verscheen, hadden de humoristische tegenslagen van tienerprotagonisten een publiek gevonden bij krantenstrips, film en radio.
Door het succes van Archie en zijn vrienden Jughead, Beety, Veronica en Reggie, veranderde MLJ Publications zijn naam in Archie Comics in 1946. Er verschenen ook verschillende imitaties op de markt, zoals Katy Keene (1945-1994) door Bill Woggon en Patsy Walker door Ruth Atkinson. Patsy Walker verscheen voor het eerst in Miss America Magazine #2 (1944), dat gepubliceerd werd door de Marvel-voorganger Timely Comics. In 1976 werd Patsy Walker geïntroduceerd als Avengers-superheld Hellcat.

In de jaren ’60 kwam Archie Comics, leider op de markt voor het teenage humor genre, met Sabrina The Teenage Witch (1962) en Josie and the Pussycats (1963). Beide reeksen zijn vertaald in film en tv-series. Het succes van Archie Comics ging de hoogte in.
Bij DC kwamen ze met Binky en bij Tower Comics kwamen ze met Tippy Teen door Samm Schwartz, die eerder bij Archie werkte aan Jughead Jones, één van de vrienden van Archie. Maar alleen Archie bleef succesvol in het genre.
Link naar Tippy Teen #1 op Comic Book Plus: http://comicbookplus.com/?dlid=12334

Binnen het genre sprak men al snel van de ‘Archie style’, omwille van het commerciële succes. Bij teen humor lag de focus op een groep tienerpersonages, meestal in het middelbaar. Vele personages zijn stereotype zoals de prom queen, stoere sporter, de intelligente nerd…
Meestal blijken de personages op het einde van het verhaal een hart van goud te hebben.
De focus van de verhalen ligt op het humoristische aspect van coming of age zoals daten, zelf geld verdienen, een gsm krijgen, leren autorijden…
Vele verhalen leunen aan bij slapstick, komedie met lichamelijke actie.

Het succes van teen humor ligt vooral bij meisjes tussen 6 en 13[1]. Dat zou te verklaren zijn doordat preteens zo kunnen uitvinden wat het is om een teenager te zijn.
Teen humor comics, zoals Archie, tonen een veilige kijk in de wereld van teenagers, terwijl ze toch volwassen regels volgen. Personages zullen dus bijvoorbeeld geen drugs gebruiken of in gevechten betrokken raken.  Strips zoals deze geven een lichte, humoristische interpretatie van een levensfase die vol kan zitten met kleine en grote problemen.

Enkele voorbeelden: Sisters, Mooie Navels, Dokus…
EJ
Comic Book Plus: https://plus.google.com/+Comicbookplus/posts




[1] Geciteerd uit The Power of Comics, 2014, p. 172.